De molen van Luttikholt of Holthorstmolle.

Vr 1880 stond op deze plek een achtkantige beltmolen die door brand verwoest werd.
Op dezelfde plek werd de molen herbouwd, het werd nu en iets kleinere stenen molen.
De eigenaar van deze molens was G.J. Nahuis, hij deed de molen in 1895 over aan van Gestel en deze verkocht de molen op 21 mei 1897 weer aan Gradus Luttinkholt.

De molen van Luttinkholt. Samen met zijn vrouw Maria Antonia Keurntjes woonden ze in de molenaarswoning bij de molen.
Behalve korenmolen werd de molen ook gebruikt als houtzagerij, daar zorgde Johannes Frank voor.
Er werden ook lessen gegeven voor toekomstige molenaars.

In 1924 werd er nog een nieuwe kap op de molen gezet, de stormramp van 1925 ging aan de molen voorbij.
Twee jaar later echter niet, tijdens de cycloon van 1 juni 1927, die dwars door Beltrum trok, werd de molen onherstelbaar beschadigd.
Het "uitvoerend comite stormramp 1927" verzocht de schade te schatten.
De kosten voor herbouw werden berekend op 3000 gulden, voor een motor maalderij.
Dit wordt hem ook toegekend.

De molen werd echter niet meer herbouwd, zijn zoon Antoon werd nog enige tijd mulder op de molens Ulft, Etten, Beek en Wehl.
Dit was de laatste molen van Beltrum, er zou geen andere meer komen.















De molen van Groot Zevert of Hemminksmolle.

De molen van Groot Zevert. Deze molen werd bij Beusink in Lievelde gekocht en werd in 1885 in Beltrum weer opgebouwd.
De molen stond op de plek waar nu de kerk van Lievelde staat.

Oorspronkelijk was deze molen een grondzeiler, maar in Voor Beltrum werd het een beltmolen.
Ook werd de molen omgebouwd van zaagmolen naar graanmolen.
Er werd meteen een huis bij gebouwd, en op 1 december betrok de 24 jarige molenaar Johannes Hermanus Groot Zevert zijn nieuwe woning.
Ondanks zijn leeftijd had hij al negen jaar ervaring in het molenaarsvak, hij was in dienst bij de famile Porskamp, eigenaars van de molen "den Ticker" in Beltrum.
Ook zijn broer Antonius werkte daar, deze begint met een bakkerij en zal later de oprichter zijn van Halfweg aan de Grolseweg.

Van de Beltrumse molens lag deze molen misschien wel het beste, bij lage windsnelheid kon deze molen eerder draaien dan de concurrenten.
Het schijnt dat er ooit als eens iemand te dicht bij de wieken stond en onverwacht een rondje meegedraaid heeft!
Rond 1920 werd er een werd er een dieselmotor gekocht van het merk "Philding en Platter"
Men wilde niet meer afhankelijk zijn van de wind.

De molen werd afgebroken, het houtwerk opgestookt.
Johannes Hermanus vond het eigenlijk niets, hij dacht dat het graan "dood" ging, het zou de smaak niet ten goede komen.
Na tachtig jaar werd de maalderij in augustus 1966 gesloten.















De molen van Schilderink.

Tekening van een rosmolen uit de achttiende eeuw. Deze molen was in de omgeving niet zo zichtbaar als de andere Beltrumse molens.
Het was namelijk een rosmolen, hij werd dus niet door de wind maar door een paard aangedreven.
Deze dieren liepen vastgemaakt aan een boom rondom het kamrad.
De langzaam draaiende beweging van dit rad werd overgebracht op een veel kleiner rad, zodat de snelheid veel hoger werd.
Door dit rad werd de maalinrichting in werking gezet.

De molen stond achter het huis van de familie Schilderink aan de Haneveldseweg nr 6.
In een verpondingsregister wordt de molen vermeld als "Olijmolen door een paard bewogen".

Om de werking van een rosmolen te zien kun je dit filmpje starten, dit is rosmolen van Zeddam.
De olie die gewonnen werd was bedoeld voor het bakken en als brandstof voor olielampen.
Daarvoor werd vaak raapzaad gebruikt, maar ook mosterdzaad, vlas, karweizaad en huttentut.

Tussen 1815 en 1820 begon Joannes Henricus Schilderink voor zichzelf met de molen.
Als beroep stond voor hem vermeld: korenlandbouwer en oliemolenaar.
Later werden zijn zoon en vervolgens zijn kleinzoon eigenaar van de molen.
Toen er minder belangstelling kwam voor zijn olie besloot de kleinzoon de molen te stoppen, dit was in 1909.
Een molensteen rest er nog, deze ligt aan de Severtweg nr 10.















De molen van Hofman.

De molen van Hofman. Waar nu de molleweg is, stond vroeger de molen van Hofman.
Dit was een beltmolen, men kon er zo met paard en wagen inrijden.
De molen werd in 1819 gebouwd en heeft vele molenaars gekend.

Op 1 april 1819 geeft de gemeente toestemming voor de oprichting van de molen: .....authorisatie om eene nieuwe Wind Koren Oly-molen in deze Gemeente, en zich op den Kamp De Hoornhorst ongeveer 40 a 50 roeden van den Buurtweg Den Heelweg genaamd opterigten......

In 1831 wordt de molen als volgt omschreven:
In steen gebouwd met omgang heeft twee koppelstenen, een van 5,5 en een van 5 voet diameter welke gelijktijdig kunnen werken en een paar kleine steenen to het pellen van garst in zeer goeden staat van onderhoud en niet ongunstig gelegen.

De eerste eigenaar, Hofman , was zelf waarschijnlijk geen molenaar, dat deed Antony Prins voor hem.
Later kwam er nog een stoommachine bij, zodat men ook kon malen als er eens geen wind was.
Ongelukken bleven ook bij deze molen niet uit, een vijfjarig kind werd dodelijk getroffen door de wieken.
Ook brak er een brand uit die gelukkig tijdig geblust kon worden.

Toen de ABTB werd opgericht werd de concurrentie voor de molenaars wel erg groot.
De molen zelf was ook aan grondige restauratie toe, men besloot de werkzaamheden te stoppen.
In 1927, dus kort voor de cycloon, werd de molen gesloopt en de nog bruikbare onderdelen verkocht.

Bron: Old Ni-js en Jan Kok.