Op 10 Augustus 1920 was het een warme dag in de Achterhoek.
Door het toenmalige KNMI station in Winterswijk werd meer dan 30 graden gemeten, het was zwoel en drukkend.

Aan het eind van de middag ging de lucht er dreigend uit te zien en het begon te onweren.
Rond de klok van 7-uur in de avond zagen de mensen vanuit het westen dreigende en ronddraaiende wolken aankomen.
Ook kon men een uitstulping zien die met veel lawaai dichterbij kwam.
Het werd donker en het begon te regenen en te hagelen.

Ooggetuigen zagen een muur van regen, hagel, stof en bladeren.
Een orkaan trok over de Achterhoek die vooral Borculo zou treffen.
Na ongeveer 8 minuten werd het rustiger,maar in die korte tijd was Borculo grotendeels verwoest!



Tot 10 km in de omtrek werden stenen en andere voorwerpen gevonden en lichtere dingen zoals boeken werden tot ver in Twente teruggevonden.

Er waren 3 doden en vele gewonden te betreuren waaronder iemand die door de bliksem werd getroffen, maar wel overleefde!

Kilder, Wehl,Velswijk,Doetinchem, Zelhem en Ruurlo werden ook getroffen door de windhoos.
In Dichteren kwam de kap van de Kilderse molen terecht.

Het ramptoerisme naar Borculo kwam goed op gang, een week na de ramp kwamen er 110.000 bezoekers naar Borculo,en dat in 1925!
Klik hier voor een overzichtsfoto.
Inwoners van Amsterdam, Utrecht en Zutphen zamelden geld in waarvan nieuwe huizen gebouwd konden worden.
Deze huizen staan er nog steeds met het opschrift van de stadsnaam aan de voorzijde en wel in de Burgermeester Bloemersstraat.

In Borculo is een"Stormrampmuseum" waarin diverse foto's en voorwerpen te bezichtigen zijn van de windhoos op 10-augustus 1925.
Verder is er een park in Borculo genoemd naar de windhoos van 10-augustus 1925 en wel "Het cycloonpark".
In dit park werd na de ramp in 1925 de grootste concentratie noodwoningen gebouwd.