De eerste boringen.


Voorzover bekend vond in 1852 op het landgoed Buskers in de Brinkheurne de eerste diepe boring in Winterswijk plaats.
Men haalde een maximale boordiepte van 112 meter.
Hoewel het natuurlijk niet mogelijk is om op deze diepte steenkool te vinden, bracht de boor op een gegeven moment toch echte steenkool naar boven.

Er heerste al een feestelijke stemming, totdat men tot de ontdekking kwam dat men was beetgenomen.
Een smidsleerling had een grap uitgehaald, door er de avond tevoor een hoeveelheid steenkoolgruis in het boorgat te gooien!

De Haan 1873


In Mei 1873 begint de duitser Koppel Simons, een mijnbezitter uit Düsseldorf, een boring aan de grens in Ratum op het landgoed Hesselink.
De Winterswijker de Haan, de directeur van de Rijks Hoogere Burgerschool, is zeer geinteresseerd en schrijft diverse artikelen over deze boringen.
Volgens de Haan vond deze boring dichtbij de grenspaal 784 plaats.
Op bijna 27 meter wordt een pyrietader aangeboord.

In de eerste plaats werd er geboord tot 292 meter, later werd dit nog uitgebreid.

Later bleek dat men in oudere afzettingen had geboord dan men toen meende,men bevond zich dichter bij de zo gewenste steenkool dan verwacht.
De Haan besluit zijn artikelenserie met de volgende regels:

In elk geval is't zeer wenschelijk, dat deze boring wordt voortgezet.
Verandering van terrein is thans bijna zeker.
Wat schuilt in de onmiddellijk volgende gronden?
Zout?Minerale bronnen?
Zulk eene vondst zou voorzeker! geen te verachten voordeel opleveren.
Ook deze delfstoffen zouden den ontginner rijkdom, den gehelen Achterhoek welvaart aanbrengen.Steenkolen?
Dan was't geluk van Winterswijk en omstreken niet te overzien.
Begeven we ons slechts naar 't nijvere Ruhrdistrikt.
Waar thans uit honderdtallen van schoorsteenen de dwarrelende rookkolommen getuigen van de nijverheid, die aan duizenden menschen brood en welvaart verzekert, bevond zich voorheen een arme plattelands bevolking, weinig in aantal, gering in kennis en beschaving.
Een halve dag spoorens brent ons van Arnhem in Oberhausen.
Hier stond voor drie tot vier tientallen van jaren slechts een armoedig miniatuurstation in de hei.
En thans?
De stampende locomotief doorkruist in tal van richtingen de vele nieuw gebouwde straten der geheel nieuwe stad, wier grondvesten zijn ondermijnd door duizenden onderaardsche gewelven en gangen. in welker nachtelijk duister de mijnwerker de wanden doet weerklinken van den houweelslag, die 't kostbare erts aan den bodem ontwoekert, dat Oberhausen uit het niet in 't aanzijn riep.
Is zulk een toekomst ook beschoren aan Winterswijk?
De hemel geve't!
Dat eerlang de nieuwsbladen 't melden hoe "eine wichtige Entdeckung die stille sonst von allem Weltverkehr abgeschlossene Gemeinde in die freudigste Aufregung versetzt hat", dat de rijke bron is gevonden, waarnaar de heer Koppel Simons zoo ijverig spoort en waarop ons aller blikken zijn gevestigd.
Dan ook zullen wij vergeten Achterhoekers niet meer vergeten zijn en niet behoeven te sloven en te zwoegen om 't laatste millioen volteekend te krijgen ter bouwing van den spoor Zutfen-Winterswijk- Dorsten, de levensvoorwaarde, waarmede wij staan of vallen.
Gluck auf!

Gelukkig is deze toekomstdroom van de Haan niet uitgekomen, één Ruhrgebied lijkt mij wel voldoende!









Boring Plantengaarde.

Doormiddel van proefboringen was vastgesteld welke plaats het meest geschikt was om een diepteboring uit te voeren.
De boring met het meeste resultaat was die bij boerderij "de Plante" in Kotten.
De diepte boring werd ongeveer 250 meter noordelijker dan de proefboring gemaakt.
Dit werd gedaan om duidelijker meetresultaten te verkrijgen.
De diepte boring vond plaats in 1908 op het lage deel ten zuiden van de es voor "De Plante".



De eerste zoutlaag werd gevonden op 457 meter tot 596,4 meter.
Na een overschuivingszone werd opnieuw zout gevonden, nu tot een diepte van 947,7 meter.
Op 1029,3 meter werden vervolgens meerdere lagen carboon (steenkool) aangetroffen.
Op de diepte van 1134,01 meter werd de boring tenslotte beeindigd.



Deze boring trok veel aandacht, hier volgen enige krantenartikelen uit deze tijd:

Dinsdag, 13 april 1909
Rijksboring te Kotten.
Terwijl het voor kort aan ieder belangstellende, die zich daartoe aanmeldde, steeds vrije toegang tot de boring werd verleend, zien wij ons thans genoodzaakt, tengevolge van het vrijpostig en onoordeelkundig gebruik door sommigen van deze vrijheid gemaakt, verplicht aan het volgende streng de hand te houden.
De boring is voortaan voor niemand meer toegankelijk die niet desgevraagd een toegangsbewijs kan vertonen.
Deze toegangsbewijzen zijn verkrijgbaar bij de ondergetekende in hotel de Klok. P. Huffnagel.


Vrijdag, 28 mei 1909
Men meldt uit Winterswijk aan de N.R.C. dat te Plantengaarde (bij Winterswijk ) bij een diepteboring door de Rijksopsporing van Delfstoffen steenkolen aangeboord zijn op een diepte van 623 meter.
Boven het Carboon zijn zoutlagen van circa 140 m. dikte doorboord.
Reeds lang koesterde men in dit gebied de hoop dat er eens steenkolen zouden worden ontdekt en er is dan ook sedert het midden de vorige eeuw herhaaldelijk naar geboord, o.a. bij het landgoed Buskers aan de straatweg van Winterswijk naar Oeding, bij het Scholtenhuis Hesselink onder Ratum enz.
deze laatste boring bereikte zelfs een diepte van meer dan 375 meter.


Vrijdag, 18 juni 1909
Plantengaarde;
Wij vernemen dat in ’t Vosseveld thans zuivere kalizouten worden aangeboord.


Dinsdag, 29 juni 1909
De boring Plantengaarde heeft bij de tegenwoordige diepte van 850 m. de onderzijde van het zout nog niet bereikt.


Dinsdag, 6 juli 1909
Woensdagmiddag ongeveer één uur waren alle leerlingen der Rijksnormaallessen alhier samengekomen om onder leiding van hun leraren een bezoek te brengen aan de boringen te Kotten. We zouden “binnen door” gaan, doch toen we een half uurtje buiten het dorp waren, raakten we van het goede pad af en dwaalden we tussen de bossen rond. Na enig zoeken kregen we eindelijk de 35 m. hoge boortoren in ’t zicht en weldra was het doel van onze tocht bereikt. Omstreeks 4 uur werd de terugtocht aanvaard. De heer Huffnagel was zo vriendelijk ons te vergezellen ten einde ons ten tweeden male voor afdwalen te behoeden.


Dinsdag, 13 juli 1909
Rijksboring Plantengaarde. De onderzijde van de zoutlaag is bereikt 695-947 m. door een ongeval met de diamantkroon, die onder in het boorgat vastgeklemd raakte, is de voortgang der boring voorlopig belemmerd. Men tracht nu de diamantkroon er weder uit te halen, om daarna de boring tot aan het steenkool te kunnen voortzetten.


Een bezoek aan de boortoren De leerlingen van de hoogste klasse van school C hebben woensdagmiddag onder geleide van de heren Gijmink en Poppink een wandeltocht naar de Rijksboring Plantengaarde te Kotten gedaan.


Vrijdag, 17 september 1909
Rijksboring. Aangezien het, na ruim 2 maanden arbeiden, nog niet mocht gelukken de in het boorgat vastgeraakte diamantkroon met kernbuis uit te halen, zijn de pogingen daartoe gestaakt. Er zal nu door de achtergebleven kroon dieper worden geboord, waarmede men binnen enige dagen hoopt te kunnen beginnen.


Vrijdag, 24 september 1909
Boringen te Winterswijk Het plan is tot 1500 meter te boren, wat f. 120.000,- zal kosten. Men is gekomen tot op 970 m. Boringsresultaten: Tot 1,50 m. zand Daarna 0,50 m. diluviale keileem Daarna 78 meter tertiaire leemlaag Tot 380 m. bontzandsteen Daarna tot 970 m. Zechsteinformatie Op 491 meter stootte men op steenzout tot 596 m., met o.a. kalizouten (ongeveer 20 m. in meerdere lagen) Verder is er steenkool aangetroffen (zeer verbrokkeld)











Boring Ratum

Eind September 1911 werd aan de tweede diepboring, namelijk die te Ratum begonnen.
Deze vond plaats ongeveer 3 kilometer ten noordoosten van Plantengaarde, tussen het Scholtenhuis en Broerink.

Op 16 Januari 1912, toen men een diepte van 360 meter bereikt had, vond een grote instorting plaats.
Tot 22 April werden er pogingen gedaan om de zaak te redden, maar zonder resultaat.
De boortoren werd gedeeltelijk gedemonteerd en op enige afstand van het oude boorgat weer opgericht.

Begin Juni kon met de nieuwe boring worden aangevangen.
De einddiepte die bereikt werd, bedroeg 1380,4 meter.



Evenals bij de boring Plantengaarde werden ook nu weer steenkoollagen aangetroffen.
In tegenstelling echter tot de vorige boring, waar een aanzienlijke helling van de lagen werd geconstateerd, bleken de lagen in deze boring te Ratum volkomen horizontaal te liggen.
De aangeboorde steenkoollaag had een dikte van ruim 200 meter, en bij beëindiging van deze boring was men nog niet door deze laag heen.










Boring Corle

Hoewel de ROD na de boring in Ratum besloten had om met de diepteboringen te stoppen, werd er in April 1923 toch nog één in Corle gedaan.
Deze was bedoeld om de ligging van de zoutlagen en de steenkool te verkennen.

De pers toonde veel belangstelling voor dit gebeuren.
Men hoopte hier in Corle te vinden wat bij de vorige boringen niet gelukt was.

Aan het eind van dit jaar werd op 1284,26 meter de einddiepte bereikt.
De steenkool lag zo diep dat er niet aan economisch verantwoorde ontginning werd gedacht.

    
Het uit- en inwendige van de Corlese boortoren.


Men vond echter wel wat anders: uit diverse lagen kwamen sporen van aardgas en aardolie te voorschijn.
Op 17 December 1923 werden pogingen gedaan om door explosies onder in het boorgat de uitstroom van aardolie te bevorderen, maar dit lukte niet.
Op 4 Januari veroorzaakte een explosie veel schade doordat de ontploffing te hoog in het boorgat plaatsvond.
Hierdoor moest het werk stoppen.

Bij het opruimen kwam op 21 Februari een hoeveelheid aardgas vrij die onmiddelijk in brand vloog.
Hiermee was Winterswijk niet alleen de eerste gemeente in Nederland waar aardgas gevonden werd, maar had Winterswijk ook de primeur van de eerste gasbrand!

Twee dagen later werd 40 liter aardolie afgetapt, kennelijk nogal onverwacht, want het moest in een wasbekken worden opgevangen.
De volgende dag kwam er nog 200 liter te voorschijn.
De economische betekenis was van generlei waarde, maar de opwinding in de pers was groot.

De Graafschapbode van vrijdag 29 Februari 1924 meldt:
We staan hier voor een van staatswege gedane vondst van de hoogste waarde,welke zeer verstrekkende gevolgen kan hebben.
Er openen zich perspectieven van groote beteekenis.

Lees hier het artikel uit "het Centrum" van 28 februari 1924.



Een artikel van de heer G.J. Meinen, (Gerrit Jan Meinen werd in 1881 geboren in Corle en was later "meester" aan de school in Kotten) vermeldt met veel trots:
Hoe vele eeuwen heeft daar een stukje grond in den Achterhoek gelegen! Wie ter wereld had ooit den naam Corle gehoord of gelezen?En thans ligt die naam op veler lippen, wordt hij door invloedrijke en hooggeplaatste personen uitgesproken, door den eersten in den lande... O Corle wat zal er van je worden?.... maar de boringen in Corle vielen veel gunstiger uit dan die te Kotten en Ratum. daar liggen zout en steenkool op ontginbare diepte. En nu opeens ook nog die aardolie! Wie heeft dat kunnen vermoeden? Wat zal de toekomst brengen? Er openen zich aanlokkelijke perspectieven met vage horizonten. Zal't in Corle gaan zooals het in Amerika gegaan is?......... Het gerucht gaat, dat reeds de nieuwe stad, die door het binnenste der aarde gevoed moet worden, is geprojecteerd met haar kerken,stations, arbeiderswijken, enz, enz, enz. Laat het slechts een gerucht zijn,-de stad is dan toch stellig in gedachten reeds geprojecteerd. En de vogeltjes, die zoo vele eeuwen van geslacht tot geslacht in de rietlanden en de wilgenboschjes van het Korenburgerveen hun nestjes bouwden-ze mogen een goed heenkomen zoeken. En de menschen, die in Corle wonen en werken,-een beetje eenzaam en vergeten, ver van 't gewoel der steden,-wie weet, wat ze nog beleven zullen!

Gelukkig voor ons is ook deze toekomstdroom niet uitgekomen, en de vogeltjes hoefden dan ook geen ander heenkomen te zoeken!










Boring Woold

Bij onderzoek in het Woold bleek het seismogram daar op een diepte van ongeveer 4300 meter een reflectie te vertonen, die afweek van de gebruikelijke.
Toen de N.A.M. eind April 1977 met een diepboring in het Woold begon, was het de bedoeling, dat men hier ongeveer acht weken bezig zou zijn.
De boring zou tot een diepte van ongeveer 4500 meter gaan.



Op 1 December 1977 werd op een diepte van 4850 meter de grens tussen carboon en devoon gepasseerd.
Dit kon met behulp van een onderzoek van de microflora en -fauna worden vastgesteld.
Voor de eerste keer was in Nederland het devoon bereikt.

Op 20 December 1977 werd op een diepte van 5009,5 meter de boring beeindigd.
Hiermee was in het Woold het op een na diepste boorgat van Nederland tot stand gekomen.
In plaats van acht weken had de boring dus acht maanden geduurd.

















Hier staat nog een krantenartikel.



Op dit kaartje is goed te zien dat er in de Achterhoek nog een grote steenkool voorraad voorhanden is.
Wie weet wat de toekomst nog zal brengen.