Dora Visser werd in 1819 geboren in Gendringen.
Zoals gewoonlijk in die tijd moest ze al snel aan het werk om geld in te brengen in het arme gezin.
Haar gezondheid was niet erg goed.

Op twaalfjarige leeftijd werkte ze bij een boer in Netterden, waar ze onder andere op het vee moest passen.
Al na korte tijd werd ze gewond door een trap van een koe.
De wond wilde niet genezen, zodat besloten werd deze uit te branden met een gloeiend ijzer.
Eerst leek het dat deze onmenselijke behandeling zou helpen, maar later kreeg ze ook nog een blaasverlamming erbij.

De pastoor schrijft:
"Al dat lijden verduurde het beklagingswaardige meisje volle acht jaren, met voorbeeldig geduld en berusting in de Goddelijken Wil, zoodat zij niettegenstaand hare langdurige en groote smarten, dezelfde kalmte des gemoeds behield en zelden eene klaagtoon hare mond liet ontvallen. Daar zij tot eene zware arbeid onbekwaam was, hield zij zich in huis onledig met ligte arbeid en zocht overigens van de vreugde des levens verstoken, hare troost in het gebed en in godsdienstige overdenkingen.



Op de eerste vrijdag van december 1843 vertoonde zich een spontane bloeding op het hoofd van Dorothea.
Dit werd door haar zuster en de kapelaan gezien.

Vanaf die dag gingen de wonden iedere vrijdag open om vervolgens aan het eind van de dag weer te sluiten.
Lang niet iedereen was ervan overtuigd dat dit een wonder was, ze werd er onder andere van beschuldigd dat ze zelf de wonden met een blaartrekkende zalf zou veroorzaken.

De dokter, de pastoor en de kapelaan besloten om een proef te doen om te zien of er bedrog in het spel was.
Enige dagen voor de bloeding wikkelde men een hand in het linnen en verzegelde deze, zodat er zeker geen zalf of iets dergelijks opgedaan kon worden.
Ze werd ook streng bewaakt.

Wanneer de bloedingen beginnen en de kruistekens duidelijk worden wordt het linnen van de verzegelde hand verwijderd en dan blijkt dat ook hier de kruistekens duidelijk te zien zijn.
Ook op haar voeten en borst is dit te zien.
Er was voldoende aangetoond dat ze geen bedriegster was.

Dora werd het middelpunt van belangstelling, ze wilde iedereen wel helpen met gebed.
In 1853 kwam kapelaan Kerkhof naar Gendringen, hij had het volle vertrouwen in Dora Visser.
Hij stelde voorspellingen van haar op schrift.

Doordat ze meer en meer in het nieuws kwamen werd ook de kritiek weer wat luider, na een gesprek met de aartsbisschop werd besloten om de kapelaan maar een andere standplaats te geven, hij ging naar Zieuwent.
Omdat hij van daar uit Dora nog vaak bezocht werd hij naar Kloosterburen in Groningen overgeplaatst.
Hij laat Dora Visser en haar zuster Johanna ook daarheen komen.

Maar in 1873 komen ze terug, niet naar Gendringen maar naar Olburgen.
Zij verzorgen Dora tot haar dood op 12 juli 1876, ze wordt begraven op het kerkhof van Olburgen.
Voor het graf plaatst pastoor Kerkhof een knielbankje om daar tot aan zijn dood in 1908 daar dagelijks te bidden.

Het graf van Dorothea Visser wordt ook nu nog veel bezocht door mensen die daar komen om te mediteren, te bidden, of om een kaars te branden.
Op het kruis op haar graf staat vermeld:
33 jaren lang tot aan haar dood droeg zij de wondeteekenen des Heeren in haar lichaam.
Vooral rond haar sterf- en geboortedatum is er veel bezoek.