Dropping van wapens eind oktober 1944 in de Vennebulten.

Om het verzet in de oorlog van wapens te kunnen voorzien vonden er “droppings”plaats. Geallieerde vliegtuigen vlogen laag over een afwerpterrein en wierpen aan parachutes containers met wapens uit.
Al een poos hadden de verzetsmannen gewacht op het afgesproken sein van overzee. Door het ontbreken van stroom was het luisteren naar de Engelse zender sterk bemoeilijkt. Alleen met een toestel op batterijen of accu was dit mogelijk, maar de storingszender was ook steeds actief en vaak moest men zich tot het uiterste inspannen om de berichten te kunnen verstaan.

Toen echter K.J.Hengeveld, districtsmonteur van de PGEM merkte hoe belangrijk de berichten waren, sloot hij in Barlo een boerderij weer aan op het elektrische net, onder voorwaarde dat de stroom niet voor verlichting of andere doeleinden, maar uitsluitend voor de berichten van uit Engeland werd gebruikt.

Al in september was men begonnen met het maken van lichtbakken om die bij de droppings te kunnen gebruiken .

Toen uiteindelijk eind oktober het sein “wat is er met piets broer gebeurd ?” doorkwam wist men dat het zou gebeuren.
In het Zwarte veen bij de Vennebulten op de grens van de gemeenten Wisch en Aalten was een afwerpterrein uitgekozen. Het vliegtuig zou tussen tien en twaalf uur ’s avonds komen, voor tien uur staan er zeventien mannen te wachten op wat er gebeuren gaat.

 Een van hen is een Engelse piloot. Er worden opdrachten verstrekt, de man met de lichtbak staat midden op het veld. En de drie seinlampen in de hoek, één rode en twee witte.

De Joode schrijft:
”Dan plotseling, een vaag gebrom eerst in de verte. Een signaal klinkt. Het toestel nadert, zij het langzaam. Zwaar ronken de motoren, als in protest over de grote lading. Nu zweeft de machtige vogel boven het winterse veld, donker en daverend in het zwakke maanlicht. Van de grond af worden seinen naar het transportvliegtuig gezonden, de letter Z(-.-.). even nog draait het toestel rond het droppingsterrein ..

De machine is nu lager komend opnieuw boven het terrein. De mannen, gereed voor actie thans, wachten. Dan geschiedt het lang verbeide: parachutes maken zich los van het toestel, worden snel omlaag getrokken door hun zware last. De man bij het lichtbaken in het midden vlucht. Het kraakt en klettert angstaanjagend dichtbij. Bons na bons klinkt dof op de  weke grond. Ergens in de top van een boom hangt verward een parachute aan acht meter lange koorden. De cilindervormige kist breekt stam en takken en komt half in een greppel terecht. Wat een materiaal! Maar wat een ravage ook! Van een der twee meter lange kisten hebben de handles losgelaten juist boven het veld. Her en der werden wapens verspreid. De verpakking, een enorme hoeveelheid watten, legden zich als een witte wade over een doodsdonkere akker”.

De wapenoogst wordt nog dezelfde nacht naar de boerderij van Diepenbroek in Lintelo gebracht en onder stro verstopt. Van daaruit worden de wapens over verschillende adressen verdeeld. De containers worden onder de grond verborgen.

Na de dropping bleven een viertal mannen achter om te controleren, zodra het dag werd, of alles wel meegekomen was. Gelukkig maar, want bij het krieken van de nieuwe morgen vond men nog dynamietstaven, alsmede een volle container. De inhoud werd in de omgeving verborgen. Toen het weer donker was ’s avonds werd het materiaal op een transportfiets naar Diepenbroek gebracht. De lege container bleef achter in het Goor.

Een jonge boer uit Barlo, Johan te Lindert, gaat de ander dag met paard en wagen over de Boterdijk. Zo te zien vervoert hij knollen. Als hij bij de Boombeek is gekomen nemen anderen het paard bij de teugel en dan schokt de wagen langs de beek weg. Lang moet de voerman wachten, maar eindelijk ziet hij de wagen weer aankomen. Hij weet wel wat er op zijn wagen is bijgekomen, maar weet niet waar dat is gebeurd. Hij neemt de teugels weer over. De knollen op de wagen liggen nu wat hoger opgetast, maar dat komt omdat een deel van de gedropte wapens er onder verborgen ligt.

Op de boerderij aangekomen rijdt de wagen de deel op, de knollen worden afgeladen en de wapens naar een geheime bergplaats gebracht: stenguns, geweren, karabijnen, handgranaten, drie bazooka’s met munitie en kisten vol patronen.

De bergplaats was achter op de deel, daarboven was een schuilplaats waar de wapens in de loop van de tijd één voor één schietklaar werden gemaakt. De toegang tot de schuilplaats was geblokkeerd door een zware stier. Geen vreemde had de moed dit beest te passeren.

Het droppen van wapens op dit terrein vond in totaal drie keer plaats. Lees hier een getuigenverslag.



Met dank aan Jan Elburg.