De stendermolen in Etten.

De stendermolen in Etten. In de zeventiende eeuw liet de graaf van Bergh te Etten een standerdmolen plaatsen.
Deze molen werd in 1932 afgebroken, de huidige Molenstraat ter plaatse herinnert nog aan zijn bestaan.
De molen stond op de plek waar nu het appartementengebouw staat.
















De Witten in Etten.

De Witten in Etten. Op 23 april 1853 wilde bakker Hendrik Verheij een nieuwe molen in Etten plaatsen.
Zijn aanvraag werd geweigerd omdat er geen geschikt bouwterrein voorhanden was.
De molen zou te dicht bij de huizen komen te staan en men vond het ook niet hygiŽnisch dat dit te dicht bij zijn bakkerij gebeurde.

Meer succes had Jan Vos uit Etten.
Hij had in De Strik van de familie Wevers een perceel grond gekocht en vroeg op 4 februari 1861 vergunning om daar een molen te mogen bouwen.
Gedeputeerde Staten waren het er op 12 maart 1861 mee eens.

In 1865 deed de familie Vos de molen over aan Gerhardus Johannes te Boekhorst; na diens dood in 1900 dreef zijn weduwe Gesina Beijer de molen 14 jaar met haar zoon Gerhardus Johannes.
Zoals het met veel windmolens vergaan is raakte ook de Ettense molen door de opkomst van de machine in onbruik, waardoor het oorspronkelijke mechaniek in verval raakte.
Doordat de Duitsers de molen in 1945 als uitkijkpost gebruikten en daarmee het vuur van de Canadezen aantrokken, raakte de molen beschadigd.
Na provisorische reparatie werd de molenromp wederom als graansilo in gebruik genomen.

Toen G.J. te Boekhorst in 1951 overleed, kwam zijn zoon Gerhardus Theodorus te Boekhorst op de molen.
Hij was een mulder in hart en nieren en stelde alles in het werk om de molen, die flink verval vertoonde (om veiligheidsredenen werden in 1968 de wieken afgenomen), te laten restaureren.
De plannen waren in een vergevorderd stadium, toen Te Boekhorst op 16 maart 1972 helaas verongelukte.
De meelhandel werd gestopt en voor de molen zag de toekomst er niet rooskleurig uit.
Inwoners van Etten sloten zich vervolgens aaneen in de Stichting tot Reparatie van de Windmolen.
Er werd een concreet restauratieplan opgesteld en overal aan de bel getrokken.

Rijksoverheid, provincie en gemeente steunden het Ettense fonds; de twee ton die voor de restauratie nodig was kwam bij elkaar en op 1 april 1978 kon de officiŽle opening plaatsvinden.
Uit piŽteit voor de tragisch om het leven gekomen laatste mulder, die in Etten de bijnaam 'De Witten' had (omdat hij altijd witbestoven door het dorp ging), kreeg de molen deze naam.
De stichting is inmiddels omgezet in een stichting tot onderhoud van de molen, waarin de weduwe M.B. te Boekhorst-Hermsen een werkzaam aandeel heeft.
De wieken van De Witten draaien regelmatig op de wind, maar er wordt niet meer gemalen: de historische windkorenmolen fungeert als expositieruimte voor hedendaagse kunstenaars.

Eigenaren waren: J. Vos (Ī1860 - 1865), G. te Boekhorst (1865 - 1901), Wed. G. te Boekhorst (1901 - 1916), G.J. te Boekhorst (1916 - 1952), G.Th. te Boekhorst (1952 - 1972), M.B. te Boekhorst - Hermsen (1972-1990), Stichting tot Behoud van de Ettense Molen (1990 - heden).


Bron: Internet:Database (verdwenen) molens.