Eduard Gerdes.
Eduard Gerdes werd geboren op 12 augustus 1821 in Kleef.
Enige jaren later verhuisden ze naar den Haag waar hij een opleiding tot onderwijzer volgde.
Zijn beroep als taalleraar oefende hij in Bielefeld uit, maar toen hij ziek werd kreeg hij het advies naar Nederland terug te gaan.

In Amsterdam gebeurt er iets vreemds, hij krijgt per ongeluk enige toegangsbewijzen tot zijn beschikking die eigenlijk voor een naamgenoot iets verderop in de straat bestemd waren.
Hij gaat naar een samenkomst waar ds. Jan de Liefde zal spreken.
Deze man maakt erg veel indruk op hem.

Voor de tot dan toe niet bijzonder gelovige Gerdes breekt er een ander leven aan.
Hij bezoekt samenkomsten, doet aan evangelisatie en volgt een opleiding tot dominee.
Ook begint hij nu te schrijven, honderden boeken en geschriften zullen van zijn hand komen.
Hierbij nam hij een voorbeeld aan zijn leermeester Jan de Liefde die ook erg veel schreef.

Het meest bekende lied dat hij schreef werd vroeger veel gezongen, zodat het soms wel de Christelijke Nationale genoemd werd.
Vele mensen kennen dit lied, maar voor de anderen volgt hier de tekst:

"Er ruist langs de wolken een lieflijke Naam,
Die hemel en aarde verenigt te zaam.
Geen naam is er zoeter en beter voor 't hart.
Hij balsemt de wonden en heelt alle smart!
Kent gij, kent gij, die Naam nog niet?
Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied!

Die Naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard,
Want Hij kwam om zalig te maken op aard'.
Zo liefhad Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf.
Genade bij God door Zijn zoenbloed verwierf.
Kent gij, kent gij, die Jezus niet,
Die om ons te redden de hemel verliet?

Eens buigt zich ook alles voor Jezus in 't stof,
En d'engelen zingen voortdurend Zijn lof.
O, mochten w'om Jezus verheerlijkt eens staan,
Dan hieven wij juichend de jubeltoon aan:
Jezus, Jezus, Uw Naam zij d'eer,
Want Gij zijt der mensen en engelen Heer!"

In 1861 kwam Gerdes in Doetinchem wonen, later ging hij naar Haarlem, maar in 1878 kwam hij voorgoed terug.
Ook schreef hij nog het bekende lied "Daar juicht een toon, daar klinkt een stem".

De zoon van den bezembinder. Maar ook boeken, waarvan sommigen in de Achterhoek speelden, zoals "de speelman op den Wildenborch" en "de zoon van den bezembinder".
In al zijn werken bejubelt hij de Schepper en het geloof.
Hoewel hij vele bewonderaars had kreeg hij hier soms ook wel kritiek op.
Eens werd hij beschreven als een moraliserende zelfgenoegzame calvinist die taai als touw was.

Eduard Gerdes stierf op 12 december 1898 en werd op het toen nog nieuwe kerkhof aan de Loolaan in Doetinchem begraven.
Een gedenkteken op zijn graf werd betaald doordat alle zondagschoolkinderen in Nederland een cent meebrachten voor de man die zoveel voor hun betekend had.

Lees hier zijn boek "In de duinen".