Watermolens in Groenlo.

In Groenlo zijn meerdere watermolens geweest.
De eerste vermelding is al in 1236, wanneer Otto van Gelre en Zutphen de "villa" Groenlo koopt van Hendrik van Borculo.
Hendrik houdt dan de watermolen in leen, samen met een arca,eidem molendino attinente, het stuwwerk bij deze molen behorend.
Er werd bepaald dat niemand er een molen bij mocht bouwen die de bestaande schaden kon.

In 1310 belooft ene Engelbertus Eschikinc dat de door hem gebouwde molen slechts twee jaar in bedrijf zou blijven, of hij moest daarvoor speciale toestemming van de heer van Borculo voor hebben.
Het gaat hier dus over een andere molen dan die van 1236.
In de stat van Grol. *** Op een gevelsteen, genaamd "in de stat van Grol", staat deze kleine molen ook afgebeeld.
In een verslag over de belegering van Grol in 1597 wordt ook geschreven over een dam die bij de uiterste watermolen het water ophield, en een tweede dam dichter bij de stad, bij de watermolen voor de Beltemerpoort.
Tijdens het twaalfjarig bestand is deze door de spanjaarden verwijderd.
***

In 1404 is Greuen van Borclo de eigenaar van de molen, in 1411 werden de schepenen van Groenlo de eigenaar.
Vanaf die tijd bleef de molen in stadsbezit.

In de tachtigjarige oorlog wordt de molen door het Staatse leger van Maurits verbrand.
In 1598 werd de molen verpacht aan Gertt Wernsingh, hij moet de molen dan wel zelf herstellen.
Na het gereedkomen mocht hij de molen 10 weken lang zonder betalen gebruiken.
Ook krijgt hij het kleine fornste Molleken mit dem einen glinde in pacht.

Tijdens de belegering van Groenlo door de bisschop van Münster, Berend van Galen, in 1672, werd de molen weer vernield.
Omdat deze buiten de stadspoorten lag, was verdedigen zo goed als onmogelijk.
Toen burgemeester Holtberend naderhand de pacht kreeg, was hij verplicht de korenmolen te herstellen.
Blijkbaar een dure aangelegenheid want in de volgende jaren zijn er veel moeilijkheden om het pachtgeld binnen te krijgen.
Later kreeg hij nog geld terug voor de schade die in het rampjaar 1672 aangericht was.

De watermolen van Groenlo. De molen brengt niet veel op, het onderhoud is erg duur.
Rond 1725 moet bijna alles vernieuwd worden, veel belangstelling voor het inschrijven is er niet, of er wordt veel te hoog ingeschreven.
Tenslotte is rentmeester Starinck degene die voor f. 375 de molen weer in orde maakt.

In 1847 schrijft Staring zijn rapporten over de watermolens in de Achterhoek, dus ook over deze molen.
De stad Groenlo heeft dan de molen aan ene Huijskes verkocht, de kadastrale waarde is 220 gulden.
Bij de verkoop was het waterpeil bindend verklaard, bij overtreding kwam er een boete.
Mocht bij hoge waterstanden de molen niet snel genoeg kunnen afvoeren, dan was er een mogelijkheid om het overtollige water via de rechteroever naar de Leerinkbeek weg te voeren.

Niet lang daarna was het gedaan met de molen, in een stormnacht van november 1890 stortte het hele gebouw in.
Het zou niet meer herbouwd worden.
De restanten bleven nog geruime tijd liggen en werden pas na 1929 opgeruimd.
De molenkolk werd gedempt, er bleef niets over van de molen.
Op een ansichtkaart uit 1910 zien we nog wel "hotel pension de Watermolen".
Maar dit is ook alweer verleden tijd, er staat nu een basisschool op deze plek die de herinnering aan de watermolen met zijn naam in ere houdt.













De standerdmolen op de wal.

De standerdmolen van Groenlo. Op een gevelsteen uit 1576 die in het stadsmuseum in Groenlo is, zien we behalve twee watermolens ook nog een windmolen.
Zo te zien is het een zogenaamde standerdmolen.
Dit soort molens kon in zijn geheel gedraaid worden om deze in de wind te zetten.
In 1674 is er een schilderij van Groenlo gemaakt waarop maar liefst drie molens te zien zijn, aangezien er ook veel te veel kerken opstaan, kunnen we aannemen dat hier de fantasie van de schilder groter was dan zijn werkelijkheidszin.
Op een tekening van Jan de Beyer uit 1743 staat deze molen ook weer afgebeeld.
Hij maakte een drietal tekeningen, waarop de molen minder duidelijk als standerdmolen afgebeeld is.
Het lijkt er meer op dat het dan een gewone molen is, er zijn echter geen gegevens bekend over een eventuele andere molen.

De molen bleef in werking tot 29 november 1839.
Op die dag was er een harde zuidwester storm, die ervoor zorgde dat de molen bijna door de vang liep.
Molenaar Köllink wilde voorkomen dat dit zou gebeuren en was in de molen aan het werk toen deze door de storm omver geblazen werd.
Molen en molenaar kwamen samen in de tuin van de buren terecht.
Toegesnelde mensen vreesden voor het leven van de molenaar, maar deze kon ongedeerd uit de brokstukken komen.
De molen werd niet hersteld, maar vervangen door een achtkantige bovenkruier.

In het animatiefilmpje hieronder, kun je de standerdmolen van Groenlo zien draaien.
Het speelt tijdens de belegering in de tachtigjarige oorlog.
Kijk hem even af, het is een fantastisch gemaakt filmpje.


















De Kerkmolen.

De Kerkmolen in volle glorie. Nadat in november 1836 er een einde was gekomen aan de lange geschiedenis van de standerdmolen op de wal, werd er een nieuwe molen op dezelfde plek neergezet.
Sommige onderdelen van de oude molen konden hergebruikt worden zoals het bovenwiel.
Het bevat nog een inscriptie uit 1797.

De nieuwe molen werd een achtkantige bovenkruier, waarschijnlijk was meester timmerman Vriezen uit Lichtenvoorde de bouwer.
Opdrachtgever was de hervormde predikant Hendrik Gerardus Huiskes.

In 1866 werd het Rooms Katholieke kerkbestuur de nieuwe eigenaar van de molen.
In dat jaar werd behalve deze molen ook de watermolen te koop aangeboden.
Blijkbaar was er wel belangstelling voor, want de inzet werd ruimschoots overschreden.
Voor 8200 gulden verwisselden molen, muldershuis en een tuin van eigenaar.

Advertentie.
Tot 1896 was men geheel windafhankelijk, intussen waren er al vele klanten weggegaan naar één van de vier stoommaalderijen die er intussen in Groenlo waren bijgekomen.

In 1913 werd er onder andere een ijzeren as in plaats van de houten as geplaatst.
In 1918 werd er een pakhuis bij de molen gebouwd, dit verfraaide het uiterlijk van de trots op de wal staande molen natuurlijk niet.
Tot 1935 bleef de molen in bedrijf, daarna was het voorbij met een eeuwenlange traditie van molenaars op deze plek.
Namen van molenaars zijn:Dunk, Stuiver,Lutjenhuis, Koenderinck, Krol en Reyring.

In 1938 werd de molen gesloopt, de kerk gaf aan de grond voor andere doeleinden nodig te hebben.
In de zestiger jaren werd ook de wal opgeruimd en geegaliseerd.
Op de plek waar eens de Kerkmolen stond staat nu het verzorgingstehuis "de Molenberg", in de tuin staat ter herinnering nog een klein windmolentje.
Aan de Lievelderstraat staan nog tuinmeubels die gemaakt zijn van de wieken van de molen, dit is waarschijnlijk het laatste wat er overgebleven is van de eens zo trotse molen op de wal.




















Bij het Marveld.

De Slinge bij Marveld. Ten zuidoosten van Groenlo ligt het erve Marveld.
In 1563 werd het vermeld als Erve en Goeth tho Merfelde en was het eigendom van de Van Munsters tot Krechting.
Aan de Slinge is daar een stuk bouwland met de naam "Molenkamp".
Daar staken bij laag water vroeger de eiken palen boven water uit.
Het zou natuurlijk ook erg goed kunnen dat bij dit eertijds adelijke bezit een watermolen gelegen heeft.




















De Lutjenhuus molen.

De LutjenHuus mölle in volle glorie. Deze molen werd in 1868 gebouwd in de "Oosteresch".
Dit is aan de Eibergseweg, ongeveer op de plek waar later de portiersloge van de Grolsch stond.
Deze molen stond ook wel bekend onder de naam "Weeninkmolen", of "den Oosteresch".
Het was een ronde stenen stellingmolen.

Het voordeel van deze molen ten opzichte van de Kerkmolen was, dat deze gemakkelijker te bereiken was, de wal bij de Kerkmolen zorgde nogal eens voor moeilijkheden.
Het was soms een hele klus om met de zwaar beladen wagens de molen op de wal te bereiken.
Bij de Lutjenhuusmölle kon men zo naar binnen rijden.

In 1927 viel het doek voor deze molen.
De berichten over de sloop bereikten zelfs de internationale pers, zelfs in Frankrijk werd erover gesproken.
In de krant van 18 januari 1928 verscheen dit artikel over de molen.

Bron:Internet molendatabase
Oudheidkundige Vereniging Groenlo, Willy Lansink.
Hagens, Molens Mulders Meesters.
Gesprekken onderweg.