Aaltje Brouwers uit Borculo was een vrouw die nogal lang en mager was en daardoor de verdenking op zich laadde dat ze een heks was.
Op "eernstig "aanraden van haar vrienden onderging ze de waterproef, maar helaas voor haar bleef ze drijven.

Omdat ze al deze beschuldigingen zat was, reisde ze naar Oudewater om zich daar officieel te laten wegen, en daarmee haar onschuld te bewijzen.
Op 25 september 1694 ging ze daarheen en de waagmeester en andere hoogwaardigheidsbekleders zetten haar op de heksenwaag.
Om te zien of ze niet ergens gewichten bij zich had om de boel te saboteren werd ze uitgekleed en daarna gewogen.

Gelukkig voor haar bleek ze voldoende gewicht te hebben om vrijgesproken te worden.
Ze had "een swaarte geproportioneert na de grote harer statue".
Met een dusdanig gewicht kon men waarschijnlijk geen bezemsteel berijden om daarmee door de lucht te vliegen, redeneerde men!

Blij dat het zo afgelopen was reisde ze terug naar haar man Frans Fransen in Borculo.
Ze vroeg toestemming om weer met het heilig avondmaal mee te kunnen doen.
De mensen waren nu wel iets meer overtuigd van haar onschuld, maar de kerkeraad veroordeelde zulke onnutte dingen en besloot toch om haar van het avondmaal uit te sluiten.

Bij dese gelegentheyt is van d. Warnerus Imminck, V.D.M. tot Eibergen de e. vergadering voorgestelt, dat een sekere vrou, een lidmaat sijner gemeente, om sig te suyveren, op eernstig aanraden harer vrienden van verdagte tooverij tot Borculo, zij op het water gesmeten en dat gedreven heeft.
Dat daarop sig tot Oudewater heeft laten wegen, zijnde hondert ponden swaar bevonden, een swaarte geproportioneert na de grote harer stature.
Versoekende de e. verg. of dese vrou terwijl sij eernstig sulx versoekt - in het vervolg tot des Heeren H. Avontmaal sal mogen toegelaten worden.
De e. verg. verwondert en ontstelt over het gepasseerde, verstaat, dat voornoemde vrou wegens de gegeven ergernisse, door sig tot sulke ijdele en onnutte proeven over te geven, alsnog tot des Heeren H. Avontmael niet sal toegelaten worden, totdat de heeren inspectoren den staat dier gemeente in de visitatie nader ondersogt hebbende cum pastore loci prorenata sullen oordelen te behoren.
Wordende de heeren inspectoren aanbevolen om bij de Lantschap te versoeken dat sulke proeven mogen tegengaan.

Dit moet voor haar een erge straf geweest zijn, in een maatschappij waar kerk en geloof erg veel te betekenen hadden.
Ze was onschuldig, maar zo werd ze door de mensen om haar heen niet gezien.