Hendrik Hoernemans was weduwnaar en opnieuw getrouwd met Marry.
Uit zijn eerste huwlijk had hij een zoon genaamd Jan Hendriksz.
Deze zoon kon niet goed overweg met zijn stiefmoeder en na een ruzie betichtte hij haar van hekserij.

Deze pikte dat natuurlijk niet en vergezeld van enige getuigen ging ze naar de rechter.
Doormiddel van de waterproef wilde ze haar onschuld aantonen.

Heks In 1675 was intussen bij de meer ontwikkelde mensen wel het besef gekomen dat hekserij niet echt bestond en slechts op bijgeloof berustte.
De rechter probeerde haar ervan te overtuigen dat deze beledigingen van haar stiefzoon in woede uitgesproken waren en niet serieus genomen moesten worden.
Maar Marry stond erop dat de proef uitgevoerd werd omdat ze slechts op deze manier van de praatjes af zou zijn.

De rechter had geen andere keus, ze werd uitgekleed, haar benen en armen werden kruiselings gebonden en onder toeziend oog van het gerecht, buren en andere belangstellenden werd ze tot driemaal toe in het water geworpen.
Ze zonk als een baksteen en het was nu bewezen dat ze geen heks was.

Vrouw Hoernemans kon zich weer aankleden, bedankte de rechter en ging triomfantelijk naar huis.
Ze was geen heks en die leugenaar van een stiefzoon was de mond gesnoerd!
Dit is één van de laatste heksenprocessen geweest, de tijd dat er willekeurig onschuldige mensen op de brandstapel kwamen was voorbij.

Bron: Breevoort can ick vergeten niet.
H.A. Hauer