schaap De laatste schaapherder die zijn kudde in het Zwarte Veen hield was "Wisselink Hendrik".
Tot in de dertiger jaren was hij er met zijn schapen te zien.

Wisselink Hendrik werd in 1858 geboren en is tot op hoge leeftijd schaapherder geweest.
Het ging hem natuurlijk aan het hart dat het veen steeds meer verdween, maar, dat dit niet tegen te houden was begreep hij wel.
De boer'n wilt gres, maor ikke veur mi'j holle leever de heide.

Maar de turf die in het veen gestoken werd was nog erg belangrijk in die tijd voor de verwarming van de huizen.
Al eeuwen geleden was men van plan geweest een waterverbinding te maken tussen het Zwarte Veen en de Berkel, om op deze manier het felbegeerde turf in Zutphen te krijgen.

Hendrik gebruikte zijn veen ook om gezond te blijven, als hij verkouden was ging hij een tijdje met zijn voeten in één van de gegraven venneputten zitten, en dan bun'k d'r met un dag stomp weer af.

In de crisistijd, in de dertiger jaren, werd het veen steeds meer ontgonnen en was er geen plaats meer voor zijn kudde.
Een gedeelte van de heide werd natuurreservaat en bestaat tot op de dag van vandaag als de Vennebulten.
De schaapskooi waar Wisselink Hendrik zijn schapen in deed, staat nog op deze plek en is in goede staat.
De laatste schaapherder van de Achterhoek was verdwenen.

Wisselink Hendrik in het zwarte veen.
Schapen scheren in het veen.
(Foto Herman Hofs).


Bron:Vertellingen uit Varssevelds verleden.
Hendrik Lansink.