De juffer van Montferland was altijd in het wit gekleed en droeg een mandje aan de arm. In de nacht wandelde ze op de berg.
Zoals alle witte wieven hield ook zij er niet van bespot te worden.

Een voerman uit Beek zat 's avonds nog in de herberg in Zeddam en moest nog naar huis.
Men raadde hem aan op daglicht te wachten, maar hij lachte hierom en zei dat hij wel eens met dat witte jufferke wilde dansen.

Onderweg zag hij haar en wilde er vandoor gaan, maar de juffer pakte hem beet en ging met hem dansen.
Wat hij ook probeerde, hij kon niet loskomen en de dans ging maar door.
Het zweet liep hem langs zijn lichaam.
De volgende dag werd hij gevonden, geheel uitgeput en drie dagen later stierf hij.


Maar het was niet zo dat de juffer alleen mensen kwaad deed.
Een knecht die in het jagershuis diende stond in haar gunst.
De man zat op een dag buiten bij de schuur toen plotseling de witte juffer uit het bos kwam en naast hem ging zitten.

Ze stond vervolgens weer op, liep iets verder, stampte driemaal met de voet op de grond en verdween weer even plotseling.
De knechtliep naar deze plek en begon daar te graven.
Hij vond er een ijzeren kist waarin grote schatten lagen.

Sinds de schat gevonden is werd de juffer niet meer gezien.
In het archief van de graven van Berg bevinden zich wel een bundel procesakten waarin het gaat over de vondst van een schat in het jaar 1700.

Bron:Gelders sagenboek 1975