De Cloese

In 1535 maakte Karel van Egmond, de graaf van Gelre de Cloese tot een havezate.
Voor die tijd heette het nog Die Cluse.
Een havezate is in de Achterhoek een huis dat zekere rechten bezat.

Het gaf onder meer recht op een plaats in de ridderschap van de provincie en vaak ook vrijstelling van belastingen.
De adel streefde natuurlijk naar het bezit van een havezate.

De Cloese werd in het begin van de zestiende eeuw gebouwd door Van Kervenheim aan de Berkel.
Het huis behoorde tot een leengoed, waarvan de familie De Cluse eigenaar was.
Deze familienaam wordt al in de veertiende eeuw vermeld.
De familienaam de Cluse bleef tot het midden van de zestiende eeuw verbonden aan de havesate.
Vervolgens ging het huis over op verschillende andere families, waaronder vele van bekende namen waren, zoals van Keppel en Van Heeckeren.

Begin zeventiende eeuw wordt het huis verbouwd door de familie Schimmelpenninck van der Oye die dan eigenaar van het huis is, en in het begin van de negentiende eeuw vinden er weer verbouwingen plaats.

Het huis is vele malen van eigenaar gewisseld, een nieuwe eigenaar laat het gebouw ingrijpend veranderen.
Het huis wordt herbouwd, maar aan het einde van de negentiende eeuw krijgt het landhuis, in de stijl van de neo-renaissance, haar definitieve vorm.
En zo is het huis tot nu toe gebleven.

De Cloese, mooi aan de Berkel gelegen Tot voor kort gaf de Cloese onderdak aan een opleidingsschool van de politie.
Ook kun je vanaf hier een tochtje over de Berkel maken met "de Jappe".