Oude Ambachten

Theo de Klompenmaker

 


Eerste bewerking: kloven.

De gezaagde blokken populierenhout moeten eerst worden gekloofd.
Twee kloofbeitels worden in elkaars verlengde in het hout geslagen.
Met een enorme houten hamer worden de beitels vervolgens verder door het blok gedreven totdat het splijt.
Door de helften nog een keer te kloven kunnen op deze manier  vier klompen uit een blok worden gehaald.
 

 

Ruw vormen.

Het door het kloven verkregen blok wordt zodanig met de bijl bewerkt, dat een ruwe klompvorm wordt verkregen.
 

 

Vervolg vormen.

Door verder hakken wordt de vorm enigszins verfijnd.
 

 

Snijden.

Met het snijmes wordt de definitieve vorm aan de klomp gegeven.
 

 

Vervolg snijden.

Deze detailopname laat goed zien hoe, door het afsnijden van dunne spanen, de klomp zijn uitwendige vorm nadert.
 

 

Vormcontrole.

Het paar bij elkaar behorende klompen wordt gecontroleerd op gelijkvormigheid.

 

Boren.

Het uitboren van de klomp moet zorgvuldig gebeuren met vlijmscherp gereedschap.
De lepelboor wordt met een wetsteen gescherpt.
 


 
 
 
  

Boren.

Met de lepelboor worden de twee klompen uitgeboord.
Er is veel ervaring voor nodig om ook de voetvorm links en rechts passend voor de voet te krijgen.

 

Boren.

Met een wig zijn te klompen in de snijbok vastgezet.
Op de achtergrond een fraaie verzameling van diverse Twentse klompmodellen, zowel blank, gelakt, geschilderd of van uitgesneden motieven voorzien.

 

Maatgeving.

Tijdens de bewerking moet de maatgeving af en toe worden gecontroleerd.
De meetlat geeft de juiste voetmaat aan.

 

Afwerken.

Met een trekmes worden de klompen verder afgewerkt.
Hierna kunnen ze eventueel nog worden geschuurd en gelakt of van snijfiguurtjes worden voorzien.

 

Modellen.

De "neus" geeft het type van de klomp aan.
Dit is de Twentse Vrouwenklomp.

 

Een stoere vorm met een platte brede neus.
De Twentse Mannenklomp.
 

Een neus als een Canadese kano.
Dit model noemt men de Rijssense of ook wel Münsterse klomp.


Bron: Theo ter Horst uit Enter.


Tijdens de eerste wereldoorlog ging het erg goed met de klompenindustrie in Nederland.
Nederland was een van de weinige neutrale landen in deze oorlog in Europa.
Zonder buitenlandse concurrentie was het goed werken!

Dit veranderde snel na 1918, met name Belgie werd een geduchte concurrent.
Doordat men daar gebruik maakte van kinderarbeid en van gedetineerden kon men de lonen veel lager houden dan hier.
Artikel uit "Het Leven" uit 1933.
De hele wereldmarkt werd ook kleiner doordat de mensen meer schoenen i.p.v. klompen gingen dragen.

Het werd zelfs zo slecht dat er een produktiestop werd ingevoerd.
Niet iedereen was daarvan gediend, blijkt uit het onderstaand kranteknipsel.


Men probeerde nog wel bronnen te vinden door te exporteren naar landen als Amerika, maar dit werd geen succes.
Ook de regering was niet van plan om nog veel geld te pompen in deze kwijnende industrie.

Toen er tijdens de tweede wereldoorlog weer gebrek aan alles kwam, was er nog weer een opleving, maar na de oorlog ging het langzamerhand bergafwaarts met de klompenindustrie.
Hier in de Achterhoek bleef de klomp nog wel langere tijd populair, zelf heb ik als kind nog wel klompen gedragen.
Maar dat is dan ook al weer 45 jaar geleden.