De leem die uit de putten is gekomen is ongeveer 20 miljoen jaar geleden ontstaan.
In die tijd was hier nog een zee, waarin haaien en walvissen leefden.
Haaietanden en walvisbotten zijn bij de leem afgravingen gevonden.
Boven op de leemlaag zijn weer lagen van zand en humus zichtbaar.


Fuut met jongen.

Het gebied van de leemputten is afwisselend en bestaat uit meren, bossen, struiken, heggen en weides.
Door deze afwisseling zijn er ook veel vogelsoorten te zien.
De fuut is hier een broedvogel, en ook de aalscholver voelt zich hier thuis.
Dit hangt natuurlijk samen met het naburige Zwillbrocker Venn.
Ook zeldzamere vogels als wielewaal en zwarte specht zijn hier aanwezig.

Tijdens de vogeltrek wordt dit gebied door vele soorten als tussenstop gebruikt.
In het koude jaargetijde kun je soms wintergasten aantreffen die voor de vorstgrens uittrekken.
Soorten als brandganzen en zaagbekken.

Ook is hier weer het gekwaak van groene kikkers te horen,dit is een teken van de verbetering van het water.
In Juni kun je hier de beschermde en zeldzame waterviolier zien bloeien.



De roze witte bloemen vallen goed op, na de bloei zijn de fijne blaadjes net onder de water oppervlakte zichtbaar.
De aanwezigheid van de waterviolier betekent dat we hier schoon en kalkrijk water hebben.

De cultuurgronden naast de leemputten worden biologisch bemest,dus alleen met mest van eigen veebestand.
Ook wordt er een rand van ongeveer vijf meter niet bemest, maar jaarlijks omgeploegd zodat planten als klaproos en kamille kans krijgen hier te groeien.





Tussen de putten liggen weidelanden die laat gemaaid worden, zodat de broedende weidevogels niet gestoord worden.
Het maaisel wordt afgevoerd en er vindt geen bemesting plaats.
Hierdoor verarmt de grond zodat hier weer verschillende planten groeien kunnen.



Dit wordt dan weer een prachtige biotoop voor vlinders zoals het oranje tipje, die je hier bij de velden met pinksterbloemen kunt zien.