Wessel van Eyll was in 1728 kerkmeester geworden in Zutphen.
Meer dan 40 jaar zette hij zich in voor de katholieke kerk, die in die tijd veel tegenwerking ondervond van de protestanten.

De familie van Eyll was de eigenaar van de Drietelaar, een landgoed van meer dan 90 ha. groot.
Nadat een van zijn kinderen tijdens het verblijf daar in de gracht verdronken was, gingen ze niet meer naar het landgoed heen.
In zijn testament liet hij beschrijven dat alles werd vermaakt tot welzijn van de roomse religie.
Wanneer in Borculo weer een pastoor aangesteld mocht worden, dan kon deze op de Drietelaar zijn intrek nemen.

Toen hij in 1773 overleed was het voor de katholieken nog verboden om hier een eigen kerk te hebben, de schenking moest dus nog geheim blijven.
Later, toen de Fransen in Borculo kwamen werd dit veranderd, de Drietelaar werd het godshuis voor de katholieken van Borculo en omgeving.
Dit was in 1795.

De eerste pastoor was Joannes Krouse.
Pas een halve eeuw later, in 1844 kwam er een kerk in Borculo.
Men besloot de Drietelaar voor een liefdadig doel te gaan gebruiken, het werd een opvangplaats en opvoedingsgesticht voor jongens.



In 1898 werd het ingewijd en het kreeg de naam Leo Gesticht.
Het internaat voor jongens die om uiteenlopende redenen niet door hun ouders konden worden opgevoed is eind jaren ‘70 ontmanteld.

Bij het internaat behoorde een lagere school, een tuinbouwschool en een ambachtsschool, waarop ook leerlingen uit de omgeving onderwijs kregen.
Eind jaren ‘70 is het een justitiële inrichting geworden.
Nu zijn er voorzichtige plannen om er luxe woningen te bouwen.
De naam Wessel van Eyll leeft voort in de weg die hier langs het gesticht loopt.