De Limes is de benaming voor de noordelijke Romeinse grens in Europa.
Deze grens liep langs de Donau en de Rijn.
Deze Limes is eigenlijk de grens waarachter de Romeinen zich terugtrokken toen ze na een paar nederlagen de verovering van Germania opgaven.
Romeinse wachttoren Meestal lag de grens dan ook aan de zuiderkant zodat het water een extra barriere was.
De grensafscheiding bestond uit wallen, greppels en palissaden, ook waren er op korte afstand van elkaar wachttorens geplaatst om het overzicht te houden.

Net achter de Limes lagen de castella, dit waren kleine forten waar ongeveer 600 manschappen onderdak vonden.
In Nederland bestond de Limes waarschijnlijk uit circa 18 castella, de eerste hiervan lag bij Herwen.
Dit castellum, dat Carvium heette, lag in de Romeinse tijd dicht bij de splitsing van Rijn en Waal.

De overblijfselen van dit castellum liggen waarschijnlijk ergens in de Bijlandse waard, de oorspronkelijke plek van het castellum is door het meanderen van de Rijn verloren gegaan.
Tijdens de baggerwerkzaamheden in de Bijland kwam een grafsteen te voorschijn waarop de naam Carvium vermeld werd.


Te zien in museum Valkhof te Nijmegen.
De steen vermeldde het volgende:

Marcus Mallus,
zoon van Marcus, uit het district Galeria, van Genua,
dienend in het Eerste Legioen, centuri van Rusonus,
35 Jaar oud, is na 16 jaar dienst begraven te Carvium bij de moles.
Op grond van zijn testament door zijn twee erfgenamen opgericht.

"Moles" wijst erop dat hier een dam lag, deze dam werd ook al vermeld door Tacitus.
Deze dam en ook een kanaal (naar de IJssel) zouden al door Drusus aangelegd zijn.
Door deze dam ging er meer water naar de Waal en minder naar de Nederrijn.
In het jaar 70 werd deze dam door opstandige Bataven die Xanten aangevallen hadden vernield, maar naderhand werd de dam weer opgebouwd.
Het zou kunnen zijn dat de Limesweg hier de Waal kruiste om van daaruit direct naar Nijmegen te gaan.
De naam Herwen is waarschijnlijk afgeleid van het woord Carvium.

Bron:De Romeinse rijksgrens,
tussen Moezel en Noordzeekust. 1995