Blik uit de Zeddamse molen. De molen van Zeddam is erg oud, reeds in het midden van de vijftiende eeuw wordt er melding van gemaakt.
De molen zou gebouwd zijn van stenen die vrijkwamen toen de vestingsmuren van Gendringen gesloopt werden.
Het was een zogenaamde dwangmolen, de hoge heren hadden het recht op de wind ingepalmd en de boeren werden verplicht hun graan daar te laten malen.
Door de mulder een stevige pacht te laten betalen werd hun "recht op de wind" te gelde gemaakt.
De mulder zelf werd in natura betaald, doordat hij een gedeelte van het meel mocht houden.

Dit systeem hield het lang vol, maar in de Franse tijd werd er een eind aan gemaakt.
Mulder kon men worden door inschrijving, de hoogste bieder werd de nieuwe molenaar.
Aan het eind van de zeventiende eeuw kwam er een nieuwe mulder.
De oude mulder kon niet verkroppen dat hij de rechten op de molen moest afstaan en besloot de boel te saboteren.
De praam werd met vet ingesmeerd zodat de molen eigenlijk niet meer was af te remmen.

Gelukkig werd dit bijtijds ontdekt en de dader werd fors gestraft.
Een op hol geslagen molen zou door de wrijving gemakkelijk in brand kunnen vliegen en een brand in die tijd was katastrofaal.

Momenteel bepaalt de molen een groot gedeelte van het aanzicht van Zeddam, komend vanaf Beek is het een mooi gezicht de molen bovenop de bult te zien staan.