De Bark


In de loop van 1943 toen de gedwongen tewerkstelling van arbeiders in de Duitse industrie toenam, werd het aantal onderduikers in Aalten steeds groter.
Voor de dagelijkse benodigheden waren er dus meer distributiebonnen nodig.
Hierdoor kwam het tot een samenbundeling van verzets activiteit.
De eerste Aaltense knokploeg onstond.

Deze deed van zich horen door geslaagde overvallen op de disributiekantoeren van Borculo en Eibergen.
Een overval op de gemeentehuizen van Dinxperlo en Neede mislukten.

In het voorjaar van 1944 werd deze Aaltense KP een grote slag toegebracht.
Door verraad werd de groep in Doesburg opgepakt, Cees Ruizendaal werd hierbij gedood.
Enigen wisten te ontsnappen, na een maand ondergedoken te zijn geweest, zagen ze elkaar in Aalten weer terug.

Op boerderijen in IJzerlo en De Heurne waren vele onderduikers.
Een leegstaande boerderij werd gebruikt om al deze mensen te herbergen.
Men noemde deze boerderij "De Bark".



Behalve de Nederlanders waren er 7 vliegeniers,enige Polen, een Fransman en twee gedeserteerde Duitsers op de Bark.
Ook werden er twee vrouwen gevangen gehouden.

De bewoners van "De Bark" leerden met wapens omgaan.
Deze wapens werden verkregen door droppings, onder andere in het "Zwarte veen".

Op een dag meldde zich ene "dominee Heuvelman" om zich bij de groep aan te sluiten.
Hij werd ontmaskerd als spion voor de SD en doodgeschoten.
Ergens op de Haart werd hij begraven.

De winter viel in en de ongeveer 25 bewoners leefden onder barre omstandigheden, het was er verschrikkelijk koud, maar een vuur maken zou in de "onbewoonde" boerderij natuurlijk de aandacht trekken.
Dankzij de hulp van vele mensen konden de Barkianen hun voedsel krijgen en de winter doorkomen.

De Barkianen waren een goed getrainde en gedisciplineerde groep geworden die zich voorbereidde op steun aan de komende bevrijdingsstrijd.
Tot aan de gebeurtenissen op zondag 25 Februari 1945.