De eerste keer dat er iets op schrift staat over de Nettelhorst is in 1227 als de ridder Lambertus van Nettelhorst sneuvelt in de slag bij Ane.
In een akte uit 1428 wordt het omschreven als goet te Nettelenhorst met manschap, visscherien, holtgerichte ende alle sijnen toebehoren, gelegen in den kerspel van Lochem, in der buyrschap van Lange.
In 1465 komt het in het bezit van de van Heeckerens, en dat is tot nu toe zo gebleven.

In 1784 vindt er een incident plaats dat landelijke aandacht krijgt.
Tijdens een doopplechtigheid komt de dominee van Laren binnenstuiven omdat hij meent dat dit hem toekomt.
De baron van Heeckeren die prinsgezind is, heeft echter een hekel aan de patriottische dominee en heeft daarom de dominee van Lochem gevraagd.

Eerst lijkt het alsof het uitgepraat wordt, maar al spoedig vallen er klappen.
De dominee wordt er uitgesmeten door de baron terwijl deze schreeuwt; Nu zal ik den donder met zijn eigen mes snijden dat hem de lappen van het lijf vliegen, die verdomde patriot.

De schade valt mee, het blijft bij blauwe ogen en zere plekken, maar de naam van de dominee is gemaakt als martelaar voor de patriottische zaak.
Er wordt zelfs een propagandaprent gedrukt waarop de dominee door meerdere mensen in elkaar geslagen wordt, met de ondertitel; Tonneel eener Vreemdste, Onnatuurlijke en wreede Gebeurtenis in Nederland voorgevallen op 't adelyk Huis Nettelhorst in 't Graafschap Zutphen, 1784

Wanneer de Nettelhorst toegevoegd wordt aan het landgoed Twickel blijft het onbewoond en al spoedig vervalt het pand.
In 1875 wordt het gesloopt, alleen de traptoren blijft staan.
Veel is er nu niet meer over van de Nettelhorst.

Bron:Lochem, op zoek naar de geschiedenis in het landschap.

Meer info.