In 1856 verscheen er een boekje genaamd schetsen en tafereelen uit den Achterhoek bij de uitgeverij Raadgeep in Doetinchem.
De schrijver, J.A. Klokman, reisde door de Achterhoek en beschreef hierbij de omgeving en de gebruiken.
Hij woont in Zelhem en van hieruit gaat hij de gehele Achterhoek door.

Na een uurtje wandelen komt hij in Doetinchem aan en beschrijft deze plaats als "een allerliefst gelegen stadje aan den Ouden IJssel".
De voor enige jaren aangelegde straatweg van Doesburg over deze stad naar Anholt heeft niet weinig tot vooruitgang, vervrolijking en verfraaijing dezer stad gediend.
Hij roemt de brede straten die hij in andere plaatsen zo vaak mist.
De stad telde toen 1210 hervormden, 66 lutheranen, 8 chr. afgescheidenen, 622 rooms katholieken en 94 Israelieten.

Met het rijtuig gaat het verder, richting Terborg.
Nauwelijks is men buiten de Homburgerpoort, of de schoonste vergezichten doen zich aan het oog voor.
Lyrisch worden de loop van de Oude IJssel en de bouwlanden beschreven, ook vermeldt hij de Kemnade, waar op dat moment de weduwe van admiraal Verheul woont.

Dan verschijnen uit een groep eikebomen plotseling de torens van de kerk van Terborg en die van slot Wisch.
Dit staat dan leeg, de laatste bewoners, de heer en vrouwe Nagell tot Wisch waren tijdens een reis in het buitenland door cholera omgekomen.
Hij maakt ook melding van de ijzerfabriek Vulcanus-oord.
In Wisch, dus varsseveld,Terborg en Silvolde samen, wonen 3851 hervormden, 18 lutheranen, 173 chr. afgescheidenen, 1740 rk en 83 Israelieten.

Langs de Paasberg en de begraafplaats gaat het naar Silvolde.
Hier wordt opgemerkt dat er een stoomkorenmolen is, een zeldzaamheid in deze omgeveving!
In de verte ziet hij Ulft al liggen maar hij gaat via de nieuw aangelegde weg naar Dinxperlo.
Dit is bij "de zoogenaamde heerlijkheid Lichtenberg, die thans slechts eene uitgestrekte bouwhoeve is."

Links zijn bossen met afmetingen van honderd of meer bunders, hij noemt deze streek tot de houtrijkste in ons vaderland!
Hij ziet een groot eikenbos, en besluit uit het rijtuig te gaan en loopt dan een brede laan in, dit maakt zoveel indruk dat hij zich de tijd van de Batavieren voor de geest haalt.
Hij is dan bij het boerenerf Tobenbroek.
Van deze omschrijving kun je nu niet veel terugvinden, hier moet wel gigantisch gekapt zijn!

Nadat hij over de Zegenbeek en de Keizersbeek is gegaan komt hij in Breedenbroek, indertijd van de vorsten van Salm-Salm.
Ze zijn net bezig met de bouw van de kerk.

Dan komt hij in Dinxperlo, opvallend is hier dat de huizen niet zo gebouwd zijn als in de andere plaatsen.
Het staat hier meer door elkaar, met tuinen voor en achter, wat de plaats wel een fraai uiterlijk geeft.
Hier wordt veel hennep geteeld en daardoor heeft Dinxperlo ook een belangrijke hennepmarkt.
Er wonen 1729 hervormden,8 lutheranen, 91 chr afgescheidenen, 633 rk en 59 Israelieten.

De reis gaat door naar Aalten, niet via de normale weg maar op aanraden van iemand via een buurtweg.
Vooral tot aan de steengroevebeek is hij erg positief over de streek, hij spreekt met boeren die hier de heide ontgonnen hebben en er goed bouwland van maakten.
Nieuwe boerderijen staan hier die erg doelmatig ingericht zijn.

In Lintelo gekomen wordt het minder, ten eerste is er de stank van de rottende hennep die hier in de beken ligt en het water zo vervuilt dat geen vis hierin leven kan.
Erger vind hij nog de heidevelden die hier zijn en die niet veranderd zijn in weides en bouwland.
Deze heidevelden maken voor den bezoeker eenen onaangenamen indruk.
Tijden zijn veranderd!

Gelukkig wordt het beter, bij het naderen van Aalten worden de korenvelden op de Aaltense es geroemd.
Ook de rookwolken die uit de fabriek van Driessen komen worden als zeer positief omschreven.
In het broek is men bezig met een nieuwe grindweg richting Bocholt.

Dan gaat het langs het Walfort naar Bredevoort.
Het speet mij onder het binnenrijden dezer plaats te moeten ontwaren dat het inwendige geenszins in harmonie is met den bevalligen omtrek; de straten zijn er zeer smal en de huizen over het algemeen zeer klein en bouwvallig, slechts enkelen hiervan uitgezonderd.
In Aalten en Bredevoort samen wonen 4882 hervormden, 8 lutheranen, 271 chr. afgescheidenen, 1042 rk. en 94 Israelieten.

Onderweg naar Winterswijk verbaast hij zich over de grote scholteboeren die vaak extreem veel rijkdom vergaard hebben.
Een reisgenoot antwoordt daarop:Verwonder U daarover niet; zie slechts hunne uitgebreide landerijen, bosschen en weilanden, en neem daarbij in aanmerking dat de scholte in den regel met zijn huisgezin uiterst sober leeft; ook is het regt van de eerstgeboorte hier nog niet geheel afgeschaft, zoo dat de erfscholte zoo veel mogelijk wordt bevoordeeld ter instand houding der scholte plaats.
Ik vrees dat het sober leven ook de kleine boeren werd opgedrongen!

In Winterswijk kan hij zich nauwelijks voorstellen nog in de Achterhoek te zijn, er zijn mooie huizen, veel kerken,winkels en brede straten.
Ook zijn er van allerlei fabrieken en veel industrie in Winterswijk.
Het valt op dat Winterswijk niet alleen een van de grootste, maar ook een van de welvarendste dorpen van ons vaderland is!
In Winterswijk en de buurtschappen wonen 6421 hervormden, 87 chr.afgescheidenen, 23 doopsgezinden, 3 lutheranen, 1132 rk. en 68 Israelieten.

Via Vragender gaat het naar Lichtenvoorde, onderweg is er nog zoveel heide te zien dat er vergelijkingen worden gemaakt met de Veluwe.
In Lichtenvoorde is nog maar kort geleden de kerk gebouwd.
In Lichtenvoorde en zijn kerkdorpen wonen 361 hervormden, 16 chr. afgescheidenen, 3250 rk. en 5 Israelieten.

Over de pas aangelegde grindweg gaat het langs Harreveld en de Radstake naar Varsseveld.
In Varsseveld wonen dan ongeveer 2800 mensen.
Vervolgens weer terug naar Terborg, over de paaltjesweg, waarover het rijtuig "aangenaam, bijkans onmerkbaar" rolt.

Bron: Schetsen en tafereelen uit den Achterhoek.
J.A.Klokman 1856