Oude Helenakerk, het oudste gebouw van Aalten.

Het oudste deel van het kerkgebouw is de onderbouw van de toren.
Dit deel stamt uit de twaalfde eeuw.
Rond 1500 was het bouwwerk klaar en begon men met de inwendige versiering.
Tot ongeveer 1515 werden gewelf - en muurschilderingen aangebracht.
De kerk werd aan Sint- Helena gewijd.

Volgens een legende vond zij restanten van het Heilig Kruis.
Ze wordt daarom altijd afgebeeld met in de ene hand een kruis en in de andere hand een kapel of kerkgebouw.
Zij was de moeder van de beroemde keizer Constantijn de Grote.
Door zijn doop kwam een eind aan de vervolging van Christenen.
Samen staan zij afgebeeld op de binnenmuur aan de kant van de Markt.
Dit is uniek voor geheel Europa.
Met deze muurschildering werden tussen 1973 en 2002 ook vele andere secco's blootgelegd, nadat al in het begin van de twintigste eeuw schilderingen op het gewelf in het koor waren bijgewerkt.





Neogotiek aan de Varsseveldsestraatweg.

In 1830 was het niet langer toegestaan om de doden in en rond de kerk aan de Markt te begraven.
De begraafplaats en het baarhuisje zijn uit deze tijd.
Het huisje is in de stijl van de Willem II — neogotiek opgetrokken.
Er konden twee overledenen worden opgebaard.
Opvallend is de grote zandloper in de topgevel met twee gekruiste ijzeren voorwerpen, waarvan er een als zeis herkenbaar.
Het zijn verwijzingen naar het voorschrijden van de tijd en de vergankelijkheid van het leven.





Een Schuurkerk.

In 1891 verrees aan bet toenmalige eind van de Hogestraat dit stenen kerkgebouw, bestemd voor de diensten van de in 1887 uitgetreden gereformeerden: de Westerkerk.
Deze stond bekend als kerk B ter onderscheiding van de Oosterkerk met de aanduiding kerk A.
Architect was H. van der Brand.
Toen het gebouw te klein werd, plaatste men een portaal voor de ingang.
Velen in Aalten koesteren nog goede herinneringen aan het gebouw van de Gereformeerde Kerk.
Het is een van de laatste "Schuurkerken" van Nederland, een gebouw van historische waarde.
In 1999 ging het gebouw over in handen van de Euregio Christengemeente Aalten/Bocholt.





Naar de Zondagsschool.

Ds. D. Breukelaar, van 1846 tot 1888 predikant van de Christelijke Afgescheiden Gemeente in Aalten nam, naar Engels voorbeeld, het initiatief tot het stichten van zondagsscholen.

Voor de oudere kinderen van de Nederlandse Hervormde Kerk aan de Markt was er de godsdienstles in het "Catechiseerhuis".
In dit catechiseerhuis, daar waar nu het gebouw Elim staat, werd rond 1880 ook zondagsschool gehouden.
Voor de kinderen in de buurtschappen was de afstand tot het dorp te groot.
Men besloot zondagsschool te houden in de woonkeukens van boerderijen in het buitengebied.

Rond 1880 werden de eerste "zondagsschoolhuuskes" gebouwd.
Oorspronkelijk waren er negen bekend.
Zij werden meestal niet groter dan zeven bij vijf meter.
Via een deur in het midden stapte men pardoes het lokaal in.
De zondagsscholen waren een succes.
Ook werden er wel lezingen en verenigingsavonden gehouden.
Zeer velen hebben er mooie herinneringen aan.





Een grenskapel.

Na de reformatie (het ontstaan van de protestantse kerken) waren de rooms-katholieken van Aalten en Bredevoort aangewezen op een kerkje vlak over de grens.
Dat kerkje was door de bisschop van Münster, Bernhard van Galen, in 1676 gesticht en droeg de naam Kreuzkapelle (Kruiskapel).
Deze naam is nauw verbonden met de patroonheilige van Aalten: St. Helena.
Het verhaal gaat dat zij, als moeder van de Romeinse keizer Constantijn in het jaar 325 het kruis terug vond in Jeruzalem.
Het kruis is voor christenen het symbool van verlossing en de weg naar het eeuwige leven.

De kapel heeft tot 1800 dienst gedaan.
Toen was het weer mogelijk aan deze kant van de grens r.k. kerken te bouwen.
Op 14 september, de dag van de Kruisverheffing, herdenkt de St. Helenaparochie samen met de St. Helenaparochie uit het Duitse Barlo de tijd van de Kreuzkapelle op deze plaats. Onder het stenen kruis op de heuvel staat een gedicht in de taal van die tijd.





Zondagse reis.

De Veenhuisweg is vanouds een onderdeel van een religieuze route vanuit Bredevoort.
Na de stichting van de Kreuzkapelle in 1676 liepen de Bredevoortse katholieken door de Misterpoort van de stad naar de Ubbinkhof in Miste (Halteweg) .
Daar sloeg men de richting van de Haartseweg in.
Hier boog men weer of richting Aalten tot aan de eeuwenoude boerderij De Borninkhof.
Van hieruit liep een 3 km. lang pad naar de grens, de tegenwoordige Veenhuisweg.
Aan het eind kwam dit pad samen met de oude Bodendijk, waarover de katholieken van Aalten liepen. Daarna trok men over de grens naar de kapel.





Kruis en oorlog.

De boerderij op de hoek van de Kriegerdijk-Veenhuisweg heeft een kruis als gevelteken: De nonnen uit Aalten waren naar hier gevlucht vanwege de gevaren in de laatste weken van de Tweede Wereldoorlog.
In de kamer van de boerderij is nog een geborduurd gedenkwerk aanwezig.
Het is de plaats waar het geconsacreerde H. Brood uit de kloosterkapel bewaard werd.





Een rustplaats buitenaf.

Op een overzichtskaart van 1828 van de Kadastrale gemeente Aalten wordt een stuk grond ten oosten van Aalten aangeduid met "Joden Kerkhof".
De oudste grafsteen geeft als datum 1827 te lezen.
Dit hoeft niet te betekenen dat dit het oudste graf is.
Nabestaanden die een grafsteen niet konden bekostigen, lieten een houten herinneringspaal als gedenkteken plaatsen.
Deze zijn al lang vergaan.

Staande voor de ingang ligt het oudste gedeelte rechts.
Onder de bomen staan zeker zeventien grafstenen.
Het nieuwere gedeelte links van de ingang was oorspronkelijk groter.
Bij de aanleg van de Hamelandroute en het viaduct werd een deel van het nieuwe gedeelte verkocht onder voorwaarde dat geen machine de grond zou beroeren voordat zeker was dat zich daar geen graven zouden bevinden.
Met de hand werd de grond verzet.





Eerbied voor de doden.

In deze grafheuvel is begraven Christiaan Caspar Stumph geboren 14 - 02 -1745, overleden 06 - 01- 1820, burgemeester, of zoals in de Franse tijd werd genoemd Maire van Aalten van 1811 tot 1818.
Toen hij in 1820 stierf werd zijn laatste wens bekend gemaakt te rusten op het oude Smees.
De reden dat C.C. Stumph deze particuliere begraafplaats heeft laten aanleggen is, dat hij zich ergerde aan de wantoestanden van het begraven in of bij de kerken.
Gebrek aan ruimte, een knekelhuis bij de kerk op de Markt en onvoldoende onderhoud waren daar de oorzaken van.
Hij wenste eerbied voor de doden en begraafplaatsen buiten het dorp.
Hij was zijn tijd vooruit.
Naast C.C.Stumph liggen zijn schoonzoon Johan Christiaan Rost en twee jong gestorven kinderen van Servaas Leuven, arts te Aalten, die met de dochter van kapitein Rost was gehuwd.





Een oude weg.

De Oostermanweg (genoemd naar de oude boerderij 'De Oosterman') is een gedeelte van de oude oostelijk lopende Koningsweg of Heelweg.
Later werden de namen Hessenweg en Landstraat gebruikt.
Koningswegen verbonden vanaf de vroege middeleeuwen de hoven met elkaar.
Ze groeiden uit tot de oude handelsroutes.

Vanaf Zutphen liep er zo'n weg via Hengelo (Gld), Zelhem en Halle naar Aalten.
De Romienendiek, de Koningsweg en de Hessenweg zijn er in Aalten nog delen van.
De weg liep verder over de Landstraat en de Dijkstraat, die nog lang Heelweg heeft geheten, over de Bodendijk naar Duitsland.
Bij Aalten was ook een oostelijke aftakking naar Munster.
De missionaris of zendeling Ludger (742-809) heeft van deze routes gebruik gemaakt. De oudste kerkstichtingen vind men langs deze oude wegen.





De Heiligenberg.

Het was in de late middeleeuwen gebruikelijk markante punten te voorzien van beelden.
Meestal een kruis of een Mariabeeld.
Op de splitsing bij de Tolhuisweg en de Bolwerkweg zou een Calvariegroep gestaan kunnen hebben.
Een Calvariegroep is een afbeelding van Jezus aan het kruis met onder het kruis zijn moeder Maria en de leerling Johannes.
Oude archieven geven voor dit kruispunt, tussen de oude weg naar de Aalterpoort van de stad Bredevoort en de weg naar Lichtenvoorde, steeds aan: Heiligenberg.





Kapelletje.

Op de oude r.k. begraafplaats in de Kloosterhof aan de Kloosterdijk/Bolwerkweg staat een gebouwtje dat op een kapelletje lijkt.
Het is een zgn. Dodenhuisje of Baarhuisje.
Dit oudste deel van het hele kerkhof is op Allerzielendag 2 november 1863 in gebruik genomen.
Het Baarhuisje is er later neergezet, in de stijl van de r.k. kerk in Bredevoort.





Een stadstuin voor zusters en een grot.

De zusters, die vroeger in het klooster en sanatorium St. Bernardus woonden (1902-1985), werkten in het onderwijs en in de ziekenverzorging.
In de loop der jaren bouwden zij een Lourdesgrot in de stadstuin, toen de tuin van het klooster en van sanatorium (er zijn nog twee lighalletjes in de tuin bewaard gebleven) en tevens processietuin op Sacramentsdag.
Een processie is een feestelijke religieuze optocht met muziek, gezang en gebed.
De Lourdesgrot herinnert aan de verschijning in 1858 van Maria aan het meisje Bernadette in Lourdes, Frankrijk (1858).





St. Georgius of de nieuwe St. Joris.

Op een gedeelte van de omwalling van Bredevoort (op de Ossenkop) werd in 1876 deze kerk gebouwd, naar het ontwerp van de bekende architect Alfred Tepe.
Het is een eenbeukige kruiskerk.
Het 'plafond' bestaat uit zgn. kruisgewelven.
Van het oorspronkelijke veelkleurige interieur is niets meer over.

Onder de toren, in het portaal, bevindt zich een zandstenen relief.
Het is St. Joris, die de draak (het kwaad) overwint.
Deze steen zou oorspronkelijk in de Misterpoort van de stad ingemetseld zijn geweest.
De patroon van Bredevoort is immers St. Joris.
In het koor van de kerk zijn gebrandschilderde ramen met scenes uit het Boek der Openbaringen.





Koppelkerk Bredevoort.

Vanouds gingen de gereformeerden uit Bredevoort in Aalten naar de kerk.
Na een tijdje huisdiensten gehouden te hebben werd er na de Tweede Wereldoorlog besloten een eigen kerkgebouw te stichten.
In 1947 werd de eerste steen gelegd en op 13 mei 1948 werd de kerk in gebruik genomen.
In 1953 werd de kerk zelfstandig, dus los van Aalten.
De luidklok dateert uit 1988.
De kerk is sober ingericht en ademt daarmee de sfeer van de vroegere opvattingen voor inrichting van een kerk binnen de reformatie.
De naam Koppelkerk verwijst in eerste instantie naar de veldnaam de Koppele.





Brokstukken uit de geschiedenis.

De Joodse gemeente in Bredevoort kende twee begraafplaatsen.
De oudste lag even oostelijk van 't Zand.
De oude begraafplaats werd in 1953 onder toezicht geruimd.
De stoffelijke resten werden hier op de nieuwere begraafplaats (van ca.1830) aan de Prins Mauritsstraat ter aarde besteld.

Opmerkelijk was dat brokstukken van een grafzerk in de collectie van het museum in Aalten terecht kwamen.
Deze werden in een eierenkist bewaard en vergeten.
Later, in 1975, kwam de kist met inhoud weer tevoorschijn toen de brandweerkazerne aan de Markt in Aalten werd afgebroken.
Daar waren de grotere voorwerpen uit de collectie van het museum opgeslagen.
Op verzoek van de Joodse gemeente werden de brokstukken van de zerk onder toezicht en gebed van een lid van de Joodse gemeente in Haarlem op de joodse begraafplaats in Aalten begraven.





Een plek vol zorgen: het huis van de prior.

Na de verovering van Bredevoort door Prins Maurits in 1597 vluchtten de overgebleven kloosterlingen van het klooster Nazareth of Schaer, in de huidige buurtschap 't Klooster, binnen de betrekkelijk veilige muren van Bredevoort.
Buiten die muren waren zij door loslopende troepen hun leven niet zeker.
Johan van Vuren was de Prior (leider) van het klooster in deze tijd.
Zijn kloosterboekhouding uit de twee jaren na de verovering en na de gedeeltelijke vernieling van het klooster, getuigen van geweld, verlaten boerderijen, afpersingen en willekeur van de machthebbers. Hele landerijen lagen braak.

De weinige opbrengsten aan oogst werden geroofd.
Tegenover Ambthuiswal 6, op de plek van de huidige stadstuin, bouwde hij een onderkomen voor de kloosterlingen.
Het droeg de naam Agnetenhuis (St. Agneshuis), genoemd naar het klooster in Zwolle, waar hij ook prior was geweest, maar onder andere omstandigheden.
Oud, berooid en beroofd van alles wat hem lief was, stierf hij op deze plek.





Afrika in Bredevoort.

In 1935 werd een Bredvoortse jongeman tot priester gewijd: Jan de Vries.
Hij vertrok als missionaris naar de toenmalige Belgische Congo in Afrika.
Hij was daar o.a. werkzaam als directeur in het onderwijs, maar had ook ervaringen opgedaan met het te voet trekken van dorp naar dorp.
In zijn spaarzame verlofmaanden kwam hij terug in Bredevoort.
Naar zijn verhalen werd aandachtig geluisterd.
Zo kwam het verre Afrika dicht bij huis.

In 1964 werd hij door rebellen gevangen genomen, mishandeld en dood geschoten.
De enige getuigen van deze geschiedenis waren een paar zusters.
Het lichaam van Jan de Vries is nooit teruggevonden.
Zijn ouderlijk huis, afgebroken, stond precies op de afslag van de Ambthuisstraat naar de later aangelegde Pater Jan de Vriesstraat.
In de r.k. kerk van Bredevoort is een plaquette ter herinnering aangebracht.





Thorarollen in Bredevoort.

Rond het jaar 1800 woonden er 33 joden in Bredevoort.
Na 1850 nam het aantal steeds verder af.
In 1900 werd de joodse gemeente van Bredevoort opgeheven en bij die van Aalten gevoegd.
In het huis Vismarkt 9 was van 1810-1900 de Bredevoortse synagoge.
De thorarollen zijn de boeken van Mozes, die in elke synagoge, als centrum van het gebouw, aanwezig zijn.





De oude St. Joris van Bredevoort.

De voorganger van deze fraaie kerk was een kapel op het kasteel van Bredevoort.
Het kasteel stond een eindje verder, op het huidige 't Zand.
Waarschijnlijk rond 1480 heeft Hendrik van Gemen, die Bredevoort in pand had, een kerk op deze plaats laten bouwen.
De nieuwe kerk stond dus a.h.w. op de voorburcht.

Bij de verovering van Bredevoort door Prins Maurits (1597) had de stad zwaar te lijden gehad.
In 1600, na ook nog een brand, bouwde men een toren.
In de loop der jaren werd de noordzijde uitgebreid.
Deze uitbouw met zolder is duidelijk te zien.
In de balken van de zolder zijn spreuken aangebracht.

Op zondag 12 juli 1646 sloeg de bliksem in de kruittoren van het kasteel.
De ontploffing die volgde verwoestte een groot deel van de stad.
Ook de kerk leed schade.
Veertig mensen vonden de dood.
Het kasteel was in een ruine veranderd.

Elf slachtoffers, waaronder de drost van Bredevoort en zijn vrouw en hun 8 kinderen werden in het koor (het oostelijke gedeelte van de kerk) begraven.
Aan deze oostzijde is in de buitenmuur nog een zgn. melaatsenraampje te zien.
Toen er nog RK diensten werden gehouden konden de gelovigen met een besmettelijke ziekte de H. Mis via dit raampje toch volgen.
Op de toren staat de windwijzer: Sint Joris die de draak (het kwaad) overwint.
De schutspatroon Joris zal in het verleden door de Heer van de Heerlijkheid Bredevoort gekozen zijn, omdat Joris (in het Latijns: Georgius) de heilige van de ridders was.





De groe(n)te(n) van de pastoor.

De Pastoorshof lag aan de noordzijde van de Slingebeek.
Nu is daar de wijk Stadsbroek -drie gebouwd.
In 1811 werd deze hof aangekocht en na een uitbreiding kreeg de hof, groot bijna 84 are, de naam "Pastoorshof".
Een houtwal en de beek paalden de hof af.
Meer dan een eeuw hebben hier de Bredevoortse pastoors hun groenten, aardappelen en vlas verbouwd.
In deze buurt lagen ook: de Domeneershof.





Op pad met de kloosterlingen.

De Kloosterdijk is het oude pad van Bredevoort naar het klooster Nazareth (1429-ca 1610).
Het pad, in die dagen soms zeer slecht begaanbaar, liep langs de lagere gronden van Bredevoort en slingerde zich verder langs de oude essen o.a. langs de Herinck-es, die in het bezit van het klooster was.
Verderop in het Kloosterbos is deze dijk kunstmatig aangelegd.
De oude naam van dit laatste gedeelte van de Kloosterdijk is in het geheugen van de huidige kloosterboeren bewaard gebleven: de Molendijk.
Er stond nl. in de kloostertijd een watermolen.





Middeleeuwse erfenis.

Het laatmiddeleeuwse mannenklooster, dat op het erf van boerderij Maas gestaan heeft, droeg de naam Nazareth (1429- ca.1610)
Fundamenten zijn nog aanwezig en in de onmiddellijke omgeving zijn er nog sporen in het landschap van het werk van de kloosterbewoners.
De gewone naam was: `klooster Schaer', genoemd naar de grote Schaersheide die zich van hier uitstrekte tot onder Groenlo.
Het klooster hoorde bij de kloosterstichtingen vanuit Windesheim bij Zwolle.

Men streefde naar een innerlijke verdieping van het geloofsleven.
Soberheid, arbeid o.a. schapenteelt, gebed en stilte waren de dagelijkse kenmerken.
Vanuit dit klooster ging er ook een stimulans uit naar de ontwikkelingen in de Heerlijkheid Bredevoort.
In het klooster was immers de kennis.

Dit kloosterleven was een erfenis van Geert Grote uit Deventer (1340-1384).
Meer dan honderd soortgelijke kloosters waren er in West-Europa.
Oorlog, haat en gebrek aan cultureel besef hebben schatten vernietigd.
Van de rijke bibliotheek van Nazareth is slechts één handschrift overgebleven.
Op het voetstuk van het bronzen beeld van de kloosterling vindt U enige teksten.
Het beeld is gemaakt door Jan te Kulve uit Eibergen (2005).





De Twaalf Apostelen.

In het verleden markeerden twaalf dikke bomen deze plek midden in het Kloosterbos.
Of deze naam ook samenhangt met de dag, waarop er de hofdag, in dit geval een kloosterdag, werd gehouden is onduidelijk.
Een soort hofdag werd waarschijnlijk ook door de kloosterbewoners gehouden.
Zij waren immers de bezitters van een aantal boerderijen.

De hofhorigen dienden dan op 15 juli (Divisionis Apostolorum (Twaalf Apostelendag) to verschijnen.
De rechten en vooral de plichten werden weer in herinnering geroepen en ook werden de betalingen geregeld.
Het stroompje langs en onder de weg is nog een herinnering aan de ingewikkelde waterhuishouding van dit kloostergebied met een slecht doorlatende klei bodem.
Dit stuk Kloosterdijk (Molendijk) is zeker door de kanunniken van het Klooster Schaer aangelegd.





Oude rituelen.

In de prehistorie was het gebruikelijk de doden te cremeren.
De as werd in een urn verzameld.
Met een ceremonieel werd deze urn bijgezet in een complex van urnen.
Soms werd er ook een heuvel boven de ter aarde bestelde urnen opgericht.
Hieromheen was dan een houten palissade.

Voor de prehistorische bewoners van deze streken waren drie elementen belangrijk.
Deze elementen speelden ook een rol in hun zienswijze op leven en dood: zwerfstenen, water en bomen.
Het complex langs de Heelweg (Vragenderweg) en ook tussen de Heelweg en de verkeersweg Aalten-Lichtenvoorde/Groenlo tot aan de gemeente grens werd bij de totstandkoming van de archeologische inventarisatie en verwachtingskaart `Waardevol Cultuurlandschap' (1998) als bijzonder aangemerkt.
Er zijn dus prehistorische vondsten te verwachten.





Een beeld als orientatie.

Deze splitsing van wegen wordt Marienboom genoemd.
Marienboom verwijst naar een Mariabeeld, geflankeerd door misschien een lindeboom, die in de late middeleeuwen hier op de splitsing van wegen gestaan moeten hebben.
De weg voerde van het klooster Schaer naar de Barlose es, een aaneengesloten complex van vruchtbare akkers, en kruiste bij Marienboom de oude Heelweg van Aalten naar Groenlo.
Een deel van deze weg voor Vragender heet nog Heelweg.





In de groei aan de Berkenhovestraat.

In 1897 werd hier de eerste Christelijk Gereformeerde kerk gebouwd.
Stukken over de aanbesteding en bouw ontbreken.
Het was geen groot kerkgebouw.
Er konden ongeveer negentig kerkgangers een dienst bijwonen maar zoveel volgelingen waren er toen nog niet.

In 1910 werd de naastliggende pastorie gebouwd.
Het aantal lidmaten groeide zo snel dat besloten werd een nieuwe kerk te bouwen.
Dit gebouw werd in 1924 in gebruik genomen.
In 1968 werd het interieur gerestaureerd.

In 1996 werd een nieuw en groter gebouw geplaatst.
Dat moest ook wel want de gemeente groeide onstuimig.
In 1997 telde de gemeente 416 leden.





Afscheiden, verenigen en helpen in de nood.

Op deze plaats stond oorspronkelijk, vanaf 1844, het kerkgebouw van de Christelijk Afgescheiden Gemeente.
Na de vereniging van een deel van deze gemeente met de in 1887 uitgetreden gereformeerden, werd besloten op deze plaats de Oosterkerk te bouwen (1913).
Architect was A. Nauta uit Holwerd.
In 1914 werd de kerk in gebruik genomen.

De Tweede Wereldoorlog bracht de kerken in Aalten dichter bij elkaar door samen mensen in nood terzijde te staan.
In bepaalde perioden waren er in Aalten 2500 onderduikers op een bevolking van 13000 inwoners.
Zij vonden een veilig toevluchtsoord.
Met de bevrijding in aantocht kwam vanuit Kralingen het initiatief om de Gereformeerde kerk van Aalten een teken van dankbaarheid aan te bieden.
Het werd een gebaar vanuit het gehele land.

Er werd een fraai gedenkraam in de Oosterkerk geplaatst van de hand van de kunstenaar Marius Richters in samenwerking met de glasbrander Harry van Lamoen met als thema Jesaja 16:3 Verbergt de verdrevenen en meldt de omzwervende niet' (vertaling Statenbijbel).
Het Markt 12 Museum in Aalten behandelt op interactieve wijze het thema `Onderduiken en Verzet' in WO II.





Licht en verlichting.

Het kerkgebouw van de Nederlandse Protestantenbond, nog wel bekend als de voormalige `Nuts-kleuterschool, staat in de Prinsenstraat en is herkenbaar aan "de vlam op de schoorsteen".
De vlam, als symbool van licht en verlichting.
In 1987 vierde men het honderdjarige bestaan.
Bekend is echter, dat er al in 1880 sprake is van deze geloofsgemeenschap.

Rond die tijd vertrok een tweetal, mogelijk iets modernere predikanten van de kerk aan de Markt, door emeritaat en verhuizing naar een andere plaats.
Ook was er onenigheid in de kerk aan de Markt over de wijze van geloven.
Dit heeft waarschijnlijk voor enkele onafhankelijke notabelen mede aanleiding gegeven tot de oprichting van een Aaltense afdeling van de Nederlandse Protestantenbond.
Bij de oprichting waren zevenendertig personen betrokken.
Bekende personen die zijn voorgegaan in een dienst in dit kerkgebouw zijn: Jos Brink en Nico ter Linde.





Uit de kerk verdreven.

"Geloven doe je in de kerk" wordt wel eens gekscherend gezegd.
Maar bij de inval in 1672 (het Rampjaar) mochten de protestanten de kerk aan de Markt van Aalten niet meer in.
Münsterse troepen sloegen het interieur van het kerkgebouw kort en klein.
De kansel, vierentwintig kasten en vijftig banken werden grondig vernield en in deze desolate toestand werd de kerk aan de rooms-katholieken weer ter beschikking gesteld.

Het eerste halfjaar werden de protestantse godsdienstoefeningen buiten gehouden.
Daarna nog anderhalf jaar in de schuur van de Ahof.
Aan deze toestand kwam in 1674 een einde.
Münster droop af.
De kerk kwam weer in handen van protestanten.
De schade kon men zelf betalen.

Zeker tot 1678 duurden de herstelwerkzaamheden maar toen was de rust op de Ahof al lang teruggekeerd.
Aan het geharrewar over de eigendom van kerk aan de Markt kwam een einde in 1798.
Gebouw en eigendommen werden getaxeerd en er werd een verdeelsleutel opgesteld.
De rooms-katholieken ontvingen als afkoop een bedrag van 1771 gulden en drie stuivers en, heel opmerkelijk, de joden werd 181 gulden en dertien stuiver uitgekeerd.
Voor 1 mei 1800 heeft de kerkenraad van Gereformeerde gemeente, zoals deze toen werd genoemd, in vier termijnen alles uitbetaald.





Zuiderkerk.

Een grote nieuwe kerk aan de Ludgerstraat werd gesticht als Gereformeerde kerk.
Het is nu PKN kerk (Protestantse Kerk in Nederland).
De kerk werd in 1965 in gebruik genomen en biedt plaats aan 750 kerkgangers.
Op de gevel is later een schildering aangebracht.
Het is Mozes bij de brandende braamstruik, waarin hij Jaweh ontmoet (Exodus 3;2).





Mannen met een opdracht.

Er zijn in Aalten nogal wat straten, die naar de eerste geloofsverkondigers zijn genoemd: Eligiusstraat, Ludgerstraat, Bonifaciusstraat, Willebrordstraat, Servatiusstraat.
Zo wordt ook het religieuze erfgoed bewaard.
Van alle namen is eigenlijk alleen St. Ludger met de oostelijke Achterhoek verbonden.

Ludger was een Fries.
In 742 werd hij bij Utrecht geboren (toen Fries gebied).
In 792 kreeg hij van Keizer Karel de Grote de opdracht om het geloof onder de West-Saksen te brengen.
Verschillende pogingen van anderen waren mislukt.

De Saksen, die ook in verschillende stamverbanden leefden (Sippen), stonden bekend als zeer weerspannig.
Het lukte Ludger.
Langs de oude koningswegen stichtte hij de eerste kerkjes.
Zeer waarschijnlijk ook die van Aalten.
Ludger werd de eerste bisschop van Munster.
In 809 overleed hij.
Hij ligt in een te bezoeken crypte in de abdijkerk en basiliek van Essen-Werden aan de Roer.





0p reis in een hof bij het station.

In deze hof wordt niet meer begraven.
In de hof zijn o.a een groot gietijzeren kruis (ca. 1880) en het graf van Pastoor Van Rooijen (omgekomen bij bombardement van de r.k. kerk en pastorie ).
Voorts zijn er de graven van de zusters van het St. Elisabeth klooster aan de Dijkstraat.

De eerste zusters kwamen in 1884 naar Aalten.
Zij verzorgden o.a. het onderwijs aan de St. Jozefschool.
Het baar- of dodenhuisje is ook uit die tijd.
Voorts zijn er er graven van de textielfabrikanten Driessen.
De katoennijverheid was voor Aalten zeer belangrijk.
In de Mariakapel onder de toren van de R.K. Helenakerk ligt een voor iedereen toegankelijk register van de begravingen op deze dodenakker.





Helena bij de Slingebeek.

Vier kerkgebouwen gingen, na het jaar1800 (zie Kreuzkapelle), vooraf aan het huidige Godshuis: de St. Helenakerk.
De kerk aan de beek (1952) in Romaanse stijl met een sober interieur, zoals in een kloosterkerk, komt voort uit een in 1894 gebouwde kerk.

Op 28 januari 1945 troffen twee bommen de omgeving van de kerk.
De kerk werd zwaar beschadigd en de pastorie lag in puin.
De pastoor en zijn huishoudster werden dodelijk getroffen.

Het onderste deel van de toren is nog van de kerk van 1894.
Links van de toren is de Mariakapel.
Ze is iedere dag geopend.
Men kan er de stilte opzoeken en een kaarsje branden.





Voor een " boom " van een man

In 1992 werd in de voortuin van de St. Helenakerk deze boom geplant door de burgemeester van Aalten, de dominee en de pastoor.
Het was het jaar waarin herdacht werd dat St. Ludger 1250 jaar geleden in het toen Friese Zuilen bij Utrecht geboren werd.
Ludger (742-809) was de zendeling in deze streken.
Hij kreeg opdracht van Keizer Karel de Grote het christelijke geloof bij de West-Saksen te verkondigen.
De plaquette drukt in woorden de betekenis van Ludger uit.





Jozef in Aalten.

Het zandstenen beeld van St. Jozef (Münsterland 1903) prijkte hoog aan de gevel van de oude St. Jozefschool.uit 1884.
Het was aangebracht door de zusters van het klooster St Elisabeth.
Het klooster stond aan de Dijkstraat.
De Jozefschool was ermee verbonden.
Zie ook de straatnaam Kloosterpad.
In de Jozefschool hangt nog een schoolbel, die eigenlijk een kerkklok was.
Het was het klokje van de tweede rooms-katholieke kerk na de reformatie: Een verbouwde schuur aan de Kerkstraat op de plaats van de apotheek in het jaar 1801.





Een behouden huis.

Deze synagoge werd in 1857 gebouwd.
In de loop van de tijd hebben een aantal verbouwingen plaats gevonden.
Tijdens de WO II werd de synagoge leeggeroofd en diende als opslagplaats voor meubels en munitie.
De Thorarollen met de eerste vijf Bijbelboeken werden in een huis aan de Hogestraat verborgen.

Rechts naast de synagoge is een gedenkplaat met de slachtoffers tijdens de bezetting.
Het is nog steeds verbijsterend hoe in die barre tijd deze Aaltenaren gewoonweg uit het straatbeeld verdwenen.
Het gebouw wordt mede in stand gehouden door de "Vrienden van de Aaltense synagoge".
Deze organisatie verzorgt ook evenementen en rondleidingen.
Ook voor schoolklassen.
Als regel wordt er een keer per jaar op het Chanoekafeest een dienst gehouden met deelname van joden uit de verre omgeving.
Voor meer diensten in Aalten wordt het voorgeschreven aantal gelovigen niet gehaald.





Van kerk tot apotheek met bijzondere tegels.

Het paadje tussen het Lage Blik en de Kerkstraat, naast de apotheek, geeft een kijkje op een wit bijgebouw met een opvallend schuin aflopend dak.
Het is een restant van de tweede r.k. kerk na de reformatie.
Het was de Franse tijd en in 1799 mocht er een woonhuis, schuin aan de overzijde van de apotheek, weer als r.k. kerk ingericht worden.
In 1801 volgde een grotere op deze plaats.
De kerk heeft tot 1859 dienst gedaan.

Toen volgde een derde kerk aan het begin van de Landstraat tegenover De Timp.
Het grote oude huis dat er nog staat, was de pastorie.
Opmerkelijk is het dat er bij afbraak van de oude kerk uit 1801 (op deze plek dus) dertien staties en een ander zandstenen beeldhouwwerk als vloertegels werden gevonden.
Ze waren met de gladde kant naar boven neergelegd.
Waren zij na de reformatie voor de veiligheid zo verstopt?

Staties zijn de afbeeldingen van de laatste uren van het lijden en sterven van Jezus Christus.
Eduard Driessen, die hier bouwde, vond ze en heeft ze aan het Bisschoppelijk Museum in Utrecht geschonken.
Thans hangen deze juweeltjes van laatmiddeleeuwse beeldhouwkunst in het Catharijne Convent te Utrecht.







Op de oude Aaltense es.

Op de oude Aaltense es ligt, in christelijke zin zeer symbolisch, begraafplaats Berkenhove.
Waar eens het graan ruiste, is nu de bijbelse betekenis van toepassing: "Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het een graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht". (Joh. 12;24).
De officiele naam van de begraafplaats staat op de poort aan de Barloseweg.
Op de veldkei daarvoor staat: "1922 Want de mensch gaat naar zijn eeuwig huis, Pred. 12;5".

De dodenakker is een van oorsprong algemene begraafplaats.
Later is deze uitgebreid met een r.k. gedeelte.
Op het oude gedeelte treft men op de grafstenen vaak het motief van de palmtakken aan.
Dit kan o.a verwijzen naar het boek der Openbaringen, waarin geschreven staat dat de rechtvaardigen, gekleed in het wit, staan voor Gods troon met palmtakken in de hand.
Een zegekrans dus.
Ook de letters P en X, in elkaar verstrengeld, komen voor.
Het is het monogram van Christus.

Op het r.k. gedeelte ziet men veel afbeeldingen van kruizen, soms ook met een corpus.
Rechts van huidige bebouwing van GUV Berkenhove is de toegang tot het oude gedeelte.
Het is een uniek complex op deze oude grond, waarbij de huidige voorziening (begraven en cremeren) waardige uitvaarten mogelijk maakt.
Met respect voor de diversiteit aan overtuigingen.


Bron:Hans de Graaf en Evert Smilda.
Langs heilige huisjes, religieus erfgoed in Aalten, Bredevoort, Dinxperlo en Suderwick.