Laat middeleeuws monument.

De Dorpskerk, vroeger St. Liboriuskerk genoemd, dateert van 1509, althans vanaf 1509 is er in dit gebouw gekerkt.
Vanaf ca. 1612 zal deze kerk als Ned. Hervormde kerk door het leven gaan.
De Reformatie heeft in Dinxperlo een rustig verloop gekend, maar heeft wel zijn uitwerking gehad op deze kerk.
Een 12-tal fraaie wandschilderingen werden na de Reformatie letterlijk ondergekalkt en werden daardoor aan het oog onttrokken.
Bij een vernieuwing van de bepleistering in 1874 kwamen zij weer aan het licht.

Helaas, toen de secretaris van de Commissie van Rijksadviseurs (een soort Monumentenzorg) ter plaatse kwam, hadden de arbeiders 8 van de 12 wandschilderingen al weggehakt.
De overige 4 kunt u nog steeds bewonderen.

Bij de Reformatie verdween de r.k. parochie te Dinxperlo.
De meeste gelovigen zullen zonder twijfel zijn meegegaan naar de nieuwe kerk.
Maar die katholieken die bij het oude geloof bleven, of beter die later weer te Dinxperlo kwamen wonen, waar kerkten zij dan?

In 1681 werd in Suderwick (van: Zuiderwijk, zoals wij op oude kaarten nog wel eens lezen) weer een r.k. parochie gesticht en precies op de grens bouwde men een kapel, zodat ook de katholieken uit Dinxperlo gemakkelijk ter kerke konden gaan.
Bijzonderheden van deze kerk, daterend uit de tijd dat Suderwick en De Heurne nog geen eigen kerk hadden: aan de zuidzijde bevindt zich de zogenaamde ‘Suderwickse deur’ en in de zuidelijke zijbeuk van het schip de ‘Suderwickse zolder’.
De kerkgangers uit Suderwick gebruikten deze ingang en zitplaatsen op de ‘zolder’.

Aan de noordzijde bevinden zich de ‘Heurnse deur’ en de ‘Heurnse zolder’.
Deze werden doorgaans gebruikt door de kerkgangers uit De Heurne.






De dodenakker: Het Beggelder.

In het gemeenteverslag over de periode 1874- 1877 staat vermeld: “De Israëlieten hebben eene begraafplaats die 15 a 20 minuten van de zuidzijde van het dorp is gelegen waartoe de gemeente de gronden aan hun heeft afgestaan”.
Dat was in de buurt van ‘Het Beggelder’.

Het gemeenteverslag over 1882 bevat een belangrijke mededeling: “Op de Israëlitische begraafplaats heeft die gemeente (de kehilla) een doelmatig lijkenhuisje laten bouwen.
De grond is hun door de burgerlijke gemeente geschonken”.
De oudste steen op Het Beggelder is die boven een graf van Jetta (Jettchen) Heilbron-Abraham, vrouw van Izaak, die overleed op Grote Verzoendag, op 1 oktober 1873.

In 1895 werd de Joodse begraafplaats in de buurtschap Het Beggelder (kad. sectie A, nrs. 1321 en 1322, totaal 725 m2), bij raadsbesluit van 27 april 1895 aan dejoodse gemeente verkocht voor 20 gulden.
De schenking werd dus eindelijk officieel.
Op de begraafplaats in het voormalige buurtschap Het Beggelder, later Meniststraat, staan 26 stenen, waarvan er drie zijn beschadigd (alleen sokkels) en 4 paaltjes.

Philip Mozes Fuldauer heeft boven zijn graf (nr. 27) een verweerde steen met uitsluitend Hebreeuwse tekst. Zijn moeder was Schone de Haas en zijn vader Mozes Israël.
Tegen de sokkel van steen nr. 16b (L. Heilbron) staat een kleine herdenkingssteen met vermelding van de in Sobibor omgebrachte Eva Herschei en Leo Heilbron.
Opvallend is de eindregel op grafsteen nr. 15 (Betje Heilbron-Straus): “Zalig ruste haar assche.”

Op 24 maart 1945 overleed de 5-jarige Sony Heiny Cohen.
Hij was bij een familie in Groenlo ondergebracht, werd door een granaatscherf getroffen en overleed aan zijn verwondingen.
Op zijn graf staat ofwel geen steen of hij is in Groenlo begraven.
De familie Cohen had geen geluk.
In 1947 overleed hun nog geen twee maanden oude baby Renee Sonny Bertil (steen nr. 17).






Klein maar fijn.

Anekdotisch is het verhaal van De Rietstap, het kleinste kerkje van Nederland, gebouwd in 1911 op het terrein van de boerderij “De Rietstap”.
Het was de minimale uitvoering van een testamentaire beschikking waarbij de erflater een r.k. kerk aan Dinxperlo wilde geven.
Natuurlijk een kerkje zonder parochie (met 10 man is het al overvol).

Gerhard Hendrik A. N. te Rietstap vermaakte bij zijn dood in 1909 5500 gulden aan de St. Petrus en Paulus parochie te Dinxperlo.
De rest van zijn bezittingen vermaakte hij aan de Congregatie vande Zusters der Liefde te Tilburg, welke van de erfenis afzag.
De erfenis ging vervolgens naar Mr.Theodore Marie Theophille te Rietstap, notaris te’s-Gravenhage (een neef van de overledene).
Om de erfenis te innen moest hij voldoen aan een voorwaarde: er moest een kapel worden gebouwd met daarin een schilderij met de voorstellingvan de kruisiging van Christus.

Het is nietbekend of de kapel was als bidkapel voor debewoners van De Rietstap of als parochiekerk(je)voor de rooms katholiek bewoners van Dinxperlo.
De afmetingen van het kleinste kerkje zijn: lengte6,40 meter, een breedte van 4,50 meter en eenhoogte van 5 meter.
Het is niet bekend of dit kerkje ooit is gewijd.
Wel is bekend dat het door de jaren dienst heeft gedaan als bergruimte en zelfs enige tijd als onderdak voor kippen.

Op 7 juni 1984 is het kerkje voorzien van een nieuw uurwerk.
Het bronzen luidklokje is aangeboden door de heer J. Stap uit Doetinchem,namens zijn dochter Renske.
Dhr. G.J. Kemper uit Breedenbroek heeft een reproductie vervaardigd van het oorspronkelijke schilderij.
Dit schilderij heeft zijn plaats gekregen achter het altaar.
Tegenwoordig worden in dit kerkje regelmatig exposities gehouden.






Ter aarde in het Welinkbos.

Sinds ca. 1972 wordt er op deze nieuw aangelegde algemene begraafplaats begraven.
In de loop der tijd heeft er een uitbreiding plaatsgevonden.
Onlangs is er, middels een brug, een verbinding gemaakt met het nieuwe wandelpark Welinkbos.
In het oude wandelpark bevindt zich het hertenkamp.






Rusten aan het Hahnenpatt.

Deze evangelische begraafplaats (Friedhof) is in het jaar 1867 in gebruik genomen ten tijde van Dominee Snethlage.
Er is nog een graf te vinden uit 1922.






Met Koninklijke goedkeuring.

Deze kleine kerk Evangelisch Reformierter Kirche,gebouwd in 1877, is opgetrokken in romaanse stijlen verbonden met monumentale vormen uit de latere tijd.
Op 8 juni 1863 kregen ruim 300 protestanten inSuderwickvande koning van Pruisen de goedkeuring voor het oprichten van een eigen kerkgemeente als filiaal van de kerkgemeente Anholt.
Ds. Carl Birnbach was de eerste dominee.

Deze dominee heeft op zijn reizen in Nederland collecten gehouden voor de bouw van deze kerk.
De rijke hervormde kerkgemeente Elberfeld(Wuppertal) heeft geldelijk bijgedragen om de bouw van de kerk mogelijk te maken.
In 1879 heeft deze gemeente een orgel en twee kerkklokken aangeschaft.

In 1945, toen het ‘niemandsland’ ontruimd moest worden, zijn de klokken bij Vriesen-Öhmshüs in een boom gehangen.
Op de deel van dit huis werden zondags de diensten gehouden.
Eind 1945, toen de bewoners weer naar hun eigen huizen in ‘niemandsland’ terug mochten, werden de klokken weer op hun oorspronkelijke plaats gehangen.






Bij de pastoors.

Deze Katholischer Friedhof is in 1840 ingericht ten tijde van Pfarrer H. van Hoven.
Bijzonderheden zijn het kruis uit 1842 (monument) en vier begraafplaatsen waar pastoors begraven zijn.
Het betreffen Pastoor Herfkens, overl. 1860, Pastoor Eilers, overl. 1914, Pfarrer Wigger, overl. 1955 en Pfarrer Mengering, overl. 1956.






Engel in de nood: St. Michaël.

Bij de Reformatie verdween de r.k. parochie in Dinxperlo.
De meeste gelovigen zullen zonder twijfel zijn meegegaan naar de nieuwe kerk.
Maar die katholieken die bij het oude geloof bleven, of beter die later weer te Dinxperlo kwamen wonen,waar kerkten zij dan?

De bisschop van Münster, Bernhard van Galen, liet omstreeks 1676 kapelletjes bouwen aan de Duitse zijde van de grens om de Nederlandse roomskatholieken,die niet meer konden kerken in de gelegenheid te stellen hun godsdienstige plichten te kunnen vervullen.
In 1681 werd in Suderwick weer een r.k. parochie gesticht en precies op de grens bouwde men een kapel, zodat ook de katholieken uit Dinxperlo gemakkelijk ter kerke konden gaan.

In 1765 werd deze kapel vervangen door deze St.Michaëlskerk.
Pfarrer Niemöllmann was de ‘bouwpastoor’.
Het jaartal is boven de ingang van de voormalige pastorie te lezen.
De stijl is barok.

Tot na de Franse tijd bleef deze situatie bestaan:de katholieken te Dinxperlo kerkten en behoorden tot de parochie in Suderwick.
Aangezien het aantal katholieken uit Dinxperlo zeer groot was, werd het kapelletje al snel te klein.
Door schenking werd de parochie in staat gesteld om een grotere kerk te bouwen, die huidige St. Michaelskirche.

In1813 vindt er echter een territoriumscheiding plaats.
Dinxperlo behoort voortaan tot het Koninkrijk der Nederlanden en Suderwick is voor de koning der Pruisen.
In 1821 volgt er een kerkelijke scheiding op.
Voortaan moeten de katholieken te Dinxperlo maar in Aalten of Ulft kerken.

In 1980 werd de kerk gerestaureerd.
Van de oude St. Michaelskirche bleven bewaard: het altaarschilderijvan de aartsengel Michael die tegen de duivel vecht, de plafondschilderingen met de vier evangelisten Lucas, Johannes, Mattheüs en Marcus en de 4 kerkleraren: Ambrosius, Gregoor de Grote, Antonius en Hiëronymus.






Joods centrum "De Kwikkel".

De Kwikkelstraat was voor de Dinxperlose joden een belangrijke locatie.
Niet alleen door de in 1889 gebouwde sjoel maar ook door de aanwezigheid van een oude joodse begraafplaats.
Dat blijkt uit een brief van februari 1864 van een aantal joodse inwoners (P.M. Fuldauer, weduwe M.Fuldauer, A. Jakobi, D. Spanjer, A. Meijer en David S. de Jong) gericht aan de gemeenteraad.
Men protesteerde tegen de bouw van een smederij op perceel A 591 door Herman Grins uit Suderwick nabij de Kwikkel.

Laatstgenoemd perceel wordt in1828 beschreven als “opgaand bosch” (groot 480ca).
De eigenaar was rentenier Frans Exter.
Dejoden stelden “dat vroeger de Israëlieten in deze gemeente genoodzaakt zijn geworden, deze hunnen begraafplaats niet meer als zoodanig te gebruiken op dat volgens verordening van hooger bestuur geen begraafplaats in een dorp mogt bestaan en daar volgens onze kerkelijke wetten op geen onzer begraafplaatsen mag gebouwd worden”.
De joodse families hebben naast hun huissjoel bij M.I. Fuldauer omstreeks 1800 ook een kleine joodse begraafplaats op ‘De Kwikkel’ gehad.

Op de kadastrale kaart van 1828 is die begraafplaats niet aangetekend.
Het stukje grond bleek omstreeks 1864 ook tot ‘marktplaats en kermisterrein’ te hebben gediend.
De gemeenteraad besloot tijdens een bijeenkomst op 14 maart 1864 dat smid Grins geen toestemming zou krijgen om zijn smederij te bouwen.
Later werd het perceel van de voormalige begraafplaats ‘De Kwikkel’, zonder protesten bebouwd.






Vrij geloof.

Als er een nieuwe predikant komt in Dinxperlo, geen vrijzinnige, maar een orthodoxe, ontstaat in 1877 de afdeling Dinxperlo van de Nederlandse Protestanten Bond.
Nu telt de NPB Dinxperlo te weinig leden om een eigen kerkgebouw te kunnen onderhouden.
Het kerkgebouw is verkocht en men kerkt in de kerk van de NPB te Varsseveld.






Een oude akker.

Af en toe wordt op deze oude begraafplaats nog in familiegraven begraven.
Er zijn nog enkele grafmonumenten van oud-burgemeesters.
In de hoek van deze begraafplaats is sinds midden jaren negentig van de vorige eeuw het mortuarium van begrafenisonderneming ‘De Laatste Eer’gevestigd.
Onlangs heeft dit gebouw een uitbreiding ondergaan.






Een hechte vergadering.

In 1854 vormen een aantal leden van de Hervormde gemeente en van de Gereformeerde Keurhorster kerk de ‘Vergadering der broeders’, ook wel Darbisten genoemd.
Zij vormen, tot op vandaag, een kleine hechte groep in Dinxperlo.
Ze houden hun bijeenkomsten in dit gebouw.






Een herder voor Dinxperlo.

In een schrijven van de toenmalige aartsbisschopvan Utrecht, Bernardus Kardinaal Alfrink aan deweleerwaarde heer G.G.J. van Oostrum, Johan vanWittlaan 236, te Arnhem wordt het volgendemeegedeeld:

“Weleerwaarde Heer, Hierbij belasten wij u tot het treffen van voorbereidende maatregelen voor de oprichting van een nieuwe parochie te Dinxperlo.
Tevens treft u inliggend een benoeming aan tot kapelaan van de bestaande parochie te Dinxperlo.
Voor de Regering zult u genoteerd staan als assistent.
Gaarne wensen wij u goed succes bij uw ondernemingen en Gods zegen.
Met vriendelijke groeten.
Datum 22 augustus 1963”.

Met de bestaande parochie hier is bedoeld de tegenwoordige parochie Petrus en Paulus te Breedenbroek.
Het aantal katholieken voor de nieuwe gemeenschap bedroeg in 1962 ongeveer 1.262 personen.
Voor 1970 zou dat 25% zijn van het aantal inwoners en voor het jaar 2000 34% op een inwonertal van 8500, te weten 2.890 katholieken.

In zijn brief geschreven te Breedenbroek, 26 feb.1964, aan Zijne Eminentie Bernardus Kardinaal Alfrink, Aartsbisschop van Utrecht, Maliebaan 40,Utrecht, schrijft pastoor van Oostrum het volgende:

‘Met verschuldigde gevoelens van eerbied verzoekt ondergetekende - G.G.J. van Oostrum,bouwpastoor te Dinxperlo - Uwe Eminentie, een nieuwe parochie te willen oprichten te Dinxperlo onder de titel van ‘De Goede Herder’.
In overleg met de Zeereerwaarde Heer J.B. Leisink, pastoorder Parochie van de H.H. Petrus en Paulus te Dinxperlo, stel ik U bijgaande begrenzing voor de nieuwe parochie voor, welke begrenzing op deingesloten vier kaarten van de gemeente Dinxperlo in rood is aangegeven.
Tevens moge ik u mede namens pastoor J.B. Leisink verzoeken, de bestaande parochie van de H.H. Petrus en Paulusin het vervolg gevestigd te doen zijn in Breedenbroek, daar dit van belang lijkt om verwarring en verwikkelingen te voorkomen.‘

Voor wat betreft de plaats van de kerk werd als meest geschikt gevonden het terrein gelegen aan de Allee bij de bungalows.
Het terrein aan de Nieuwstraat bij de Liboriusschool heeft niet dejuiste afmetingen.
Het is te smal.






Een nieuwe loot.

De Gereformeerde Kerk te Dinxperlo is een nieuwkomer.
In 1980 vierde men het 50-jarig jubileum.
Toch gaat haar geschiedenis terug tot 1920 toen een aantal leden van de Keurhorster kerk, die t eDinxperlo woonden, hier een “Vereniging tot Evangelisatie te het dorp, Gemeente Dinxperlo” oprichten.

In 1927 kwam een eigen kerkje aan deDr. V.D. Meerstraat klaar.
Men was toen al druk met pogingen om in Dinxperlo een Gereformeerde Kerk op te richten.
In 1930 is het zover.
Ook een aantal leden van de kerk te Aalten, die echter onder Dinxperlo woonden, sluiten zich bij de nieuwe kerk aan.

Bij de beschieting door de geallieerden in maart ‘45 blijft er van de kerk niet meer dan een puinhoop over.
In 1951 wordt de nieuwe kerk aan de Bernard IJzerdraadstraat betrokken.
In de loop der tijd is het kerkgebouw uitgebreid met het ontmoetingscentrum De Punt, waar regelmatig (kerkelijke) activiteiten plaatsvinden.






Huis voor allen.

Ons Huis was vroeger het centrum van de Christelijke verenigingen.
Tegenwoordig is Ons Huis het culturele centrum van Dinxperlo.






Geloof in de Heurne.

De geschiedenis van de Heurnse kerk, hieronder zo goed mogelijk weergegeven, moet u zien door de ogen van een schoolbestuur.
Reeds in 1890 wordt gesproken over het gebruik van een lokaal voor evangelisatiedoeleinden.
De voorzitter van een schoolbestuur was ook voorzitter van de kerkenraad.
We gaan nu niet in op de geschiedenis van de kerken.
We baseren ons op de gegevens of notulen van de schoolvereniging.

Het moet een unicum worden genoemd dat een schoolvereniging een groot lokaal realiseert (bij de bouw van een nieuwe school) met als bestemming evangelisatiedoeleinden. In diverse plaatsen in de directe omgeving van Dinxperlo zijn herdenkingen voor 100 jaar Christelijk onderwijs of meer, maar nergens vinden we gegevens dat ook kerkdiensten in scholen werden gehouden.
Wel in de Heume: wekelijks woensdag Bidstond, eenmaal per maand kerkdienst en op de Christelijkefeestdagen is er dienst.

Op 14 mei 1899 vraagt het schoolbestuur aan de kerkraad der hervormde gemeente om een bijdrage van 1000,00 voor de bouw van een groot evangelisatie lokaal.
Op 3 september 1899 worden de tekeningen van de banken en de preekstoel besproken en wordt opdracht gegeven tot het vervaardigen hiervan.
De kosten voor 32 banken bedroegen 288,00 gulden, de preekstoel kostte 80,00 gulden, in een wat luxe uitvoering, dankzij een giftvan 100,00 gulden.
De preekstoel wordt geverfd, de rest moet wachten tot er geld is.

De ingebruikname van school met dit lokaal aan de D.H. Keuperwegvond plaats op 1 februari 1900.
Als dekking voor de kosten vonden collectes in Dinxperlo plaats en de rondgang van De Jongelings- en meisjesvereniging 1 x per jaar.
Door toename van het aantal leerlingen wil men in 1906 het grote lokaal verbouwen tot 2 leslokalen en wordt besloten een kerk te bouwen waarin de orthodoxe leer gehandhaafd zal blijven.

In1906 wordt grond aangekocht voor de te bouwen kerk van Klein Hesselink in Breedenbroek.
Op 10 juni 1906 vergadert het schoolbestuur en bespreekt o.a. de nieuwbouw tot 500 zitplaatsen.
De banken uit de school gaan mee, zo ook de preekstoel en het orgel.
Zodra het nodig is worden meer banken gemaakt.
Overwogen wordt om aan de voorzijde een toren te bouwen.
De begroting van de bouwkosten bedroeg 9000,00 gulden, aan giften werd 1500,00 gulden ontvangen en het bedrag van 7500,00 gulden wordt geleend.

In 1948 is de consistorie uitgebreid.
Op 1 september 1956 vindt de opening plaats van de kleuterschool.
Deze kleuterschool is ingericht in een aan de consistorie gebouwd houten lokaaltje.
In 1967 neemt de kleuterschool haar eigen gebouw in gebruik en wordt de consistorie wederom verbouwd.
De laatste verbouw en uitbreiding van de Heurnsekerk vindt in 1995 plaats.
Vanaf dat jaar staat er naast en achter de kerk een moderne ontmoetingsplaatsvoor kerkgangers in de meest brede zin.






Kerkpad van De Heurne naar Dinxperlo.

Dit kerkpad loopt van de Spekkendijk in De Heurne tot de Aaltenseweg in Dinxperlo.
Het pad werd vroeger gebruikt door de inwoners van De Heurne om de diensten in de Dorpskerk te Dinperlo bij te wonen.


Bron:Gerrit Doornink, Truus Boland en Hildegard Schouwenburg.
Langs heilige huisjes, religieus erfgoed in Aalten, Bredevoort, Dinxperlo en Suderwick.