De rover Schinderhannes Aan het einde van de achttiende eeuw leefde er in Duitsland een rover die het tot grote bekendheid bracht.
Hij heette eigenlijk Johannes Bückler, maar werd bekend onder zijn bijnaam Schinderhannes.
Zijn werkterrein lag ook nog wel in deze buurt, het verhaal gaat dat hij op een avond bij de pastorie in Neede aanklopte en daar om onderdak vroeg.
Waarschijnlijk was het hem aan de andere kant van de grens te heet geworden onder de voeten.
Hij mocht in de pastorie blijven en ook later zou hij nog vaak terugkeren om daar samen met de dominee over zijn streken te praten.

Niet iedereen vond hem een struikrover en bandiet, sommigen zagen hem meer als een soort Robin Hood.
Op een dag sprak hij een oud boerenvrouwtje aan die een koe wilde kopen op de markt, maar niet genoeg geld had.
Hij gaf haar het geld onder de voorwaarde dat ze de kwitantie die ze kreeg aan hem zou geven.
De vrouw kon met het geld de beste koe kopen die er was en gaf zoals afgesproken de kwitantie aan Schinderhannes.
In de avond wachtte Hannes de handelaar op en met het bewijs in de hand dat de man geld had gebeurd, maakte hij hem het geld weer afhandig.
De handelaar was allang blij dat hij het er levend vanaf gebracht had en ging er als een haas vandoor.

Eens ontmoette Schinderhannes de Achtkantige boer, ook een geduchte rover.
Ze kenden elkaar niet en de Achtkantige boer die geweldig groot en sterk was, maar niet erg slim pakte Schinderhannes al zijn geld af.
Wat moet ik straks tegen mijn vrouw vertellen als ik zonder geld thuis kom, ze gelooft vast niet dat ik overvallen ben sprak Schinderhannes.
Dat was natuurlijk waar en de Achtkantige boer nam zijn pistool en schoot enige keren door de jas van Hannes om het een beetje echter te laten lijken.
Schiet ook nog even door mijn klompen zei Hannes en de Achtkantige boer deed het zonder meer.
Nu nog een schot door mijn hoed, maar de achtkantige boer zei dat hij geen kogels meer had.
Ik wel zei Schinderhannes en haalde een geladen pistool uit zijn jaszak, waarmee hij zijn geld en dat van de boer toe eigende.
Omdat ze beiden hier de grap wel van konden inzien werden ze compagnons in boevenstreken.

Later werd Schinderhannes samen met zijn bende gevangen genomen en in 1803 werd hij in Duitsland berecht.
Hij werd ter dood veroordeeld en op 21 november 1803 werd hij voor de poorten van de stad Mainz door de guillotine onthoofd.
Maar liefst 40.000 mensen waren hier getuige van.