In 1823 werden enige nieuwe wetten van kracht, waarvan de "belasting op het geslagt" in Winterswijk tot onrust leidde.
Van alle geslachte vee moest men belasting betalen, soms 10 % van de geschatte waarde.
De belastingplichtige moest zelf de waarde van het vee opgeven, wanneer de kontrolerende ambtenaren dit te laag vonden mochten ze het vee overnemen voor de geschatte waarde verhoogd met 5%.
De ambtenaar moest dan zelf maar zien hoe hij dit vee weer verkocht, soms weer aan de oorspronkelijke eigenaar.

Thuis slachten.
Hij mocht het ook zelf laten slachten en dan het vlees verkopen.
Dat moest dan meestal in een andere plaats, want niemand wilde dit "besmette" vlees kopen.
Deze regel werd door sommige ambtenaren aangegrepen als leuke bijverdienste en niet om de wet te dienen.
Het was dus voor de boer altijd spannend om te horen hoe de taxatie van de ambtenaar uitviel.

Eind 1824 leidde dit in Winterswijk tot groot ongenoegen.
Een van de commiezen die belast waren met taxeren werd vervangen door een zekere Bonga uit Eibergen, die zeer voortvarend ter werk ging.
Eerst nam hij de varkens mee van een rijke boer uit het Woold, hoewel de opgave van de boer volgens de regels gegaan was.
Dit werd nog geaccepteerd, maar vervolgens verhoogde hij de waarde van enige varkens van arme mensen, die dit niet betalen konden en daarvoor een lening moesten afsluiten.
Vervolgens werden nog een twintigtal varkens en een beest naar het kantoor van de ontvanger gebracht.

Dit had een toeloop vam mensen tot gevolg, zodat de politie erheen gestuurd werd.
Het bleef echter rustig.
Ongeveer de helft werd door de eigenaars terug gekocht en de rest ging naar Harmanus Essink.

In de avond werd door de omroeper bekend gemaakt dat er afval van varkens te koop was bij Essink in de Vleeschhal.
Daar schoolden veel mensen samen en de politie ging erheen om de orde te handhaven.
Het duurde niet lang of de eerste stenen vlogen door de ruiten.
Er werd een waarschuwingschot gelost, maar dit had een tegenovergestelde werking.
De meeste ruiten werden door de woedende mensen ingesmeten en ook het huis van de kontroleur moest het ontgelden.
De kontroleur en de commiesen kregen klappen.

De politie kon weinig uitrichten tegen de menigte, maar de schout van Winterswijk en de vrederichter begaven zich tussen de mensen en wisten de mensen te bewegen zich kalm te houden.
Het bleef nog dagenlang onrustig in Winterswijk, het nieuwjaarschieten werd verboden om de rust te bewaren.
Er werd geprobeerd om het vlees, dat in Winterswijk natuurlijk niemand wilde kopen, in de buurtgemeenten te slijten, maar dit lukte niet erg.
Zelfs in Vreden werd men gewaarschuwd dit vlees niet te kopen.

Enige inwoners van Winterswijk werden gearresteerd en sommigen hebben maanden gevangen gezeten.
In April 1825 vertrok de kontroleur Bonga en werd vervangen door van Staalen.
De rust was weder gekeerd, maar de regelgeving voor het slachten bleef een vervelend punt van discussie.
Pas in de tweede wereldoorlog werd deze regel afgeschaft.

Bron:
Jaarboek Achterhoek en Liemers
H.H. Agterhof