Willem Sluyter werd in 1627 in Neede geboren.
Hij was een leerling van professor Voetius en werd in 1654 aangesteld als predikant in Eibergen.

In 1665, toen Bommen Berend de Achterhoek inviel moest hij uitwijken naar Holland.
De bisschop van Munster was namelijk nogal gebeten op Sluyter vanwege zijn anti roomse houding.
Tijdens zijn ballingschap bewerkte hij de klaagliederen van Jeremia.
Ook heeft hij vele geestelijke liederen bewerkt en schreef hij de bundel Eybergsche Sang-lust."

In het rampjaar 1672 moest hij weer vluchten voor de Munstersen, hij ging naar Zwolle, waar hij in 1673 overleden is, slechts 46 jaar oud.
Zijn vrouw was reeds eerder overleden, in 1664, na een tweejarig huwlijk.

Boek van Sluyter Veel gedichten van hem gingen over zijn woonplaats Eibergen en omgeving, in 1670 schreef hij het voornoemde Eybergsche Sang-lust waarin hij zijn plaats lyrisch beschreef.
Zijn bedoeling was om, waar men nooit van Eibergen of de Berkel gehoord had, deze namen door zijn gedichten te verbreiden en te behouden.
Weinig in de Nederlandse literatuur werd er door een dichter zijn woonplaats beter beschreven.
In zijn "Eensaem Huys- en Winterleven" bleek zijn tevredenheid over zijn woonplaats, want hij dichtte:

Waer iemant duisent vreugden soek
Mijn vreugt is in dees'achter-hoek.

Hier werd dan ook voor de eerste keer de naam Achterhoek gebruikt, hoewel hij het waarschijnlijk anders bedoeld heeft.
De verzen uit het Sluyterliedboek werden nog lang gezongen.