Ongeveer 200 jaar geleden woonde er in Gelselaar een wonderdokter die Stefanus heette.
Er gingen vele verhalen over hem, men dacht dat hij bovennatuurlijke gaven had.
Van oorsprong kwam hij uit Hongarije en zijn uiterlijk zal wel meegewerkt hebben aan het geloof in zijn gaven.

Op een keer kwam Stefanus een onguur uitziend persoon tegen, die hem sommeerde te blijven staan.
De man wilde hem beroven.
Stefanus liep echter gewoon rustig door en toen de rover nogmaals gebood te bijven staan draaide hij zich om.
Ik loop door, maar jij blijft staan zij hij tegen de rover en vanaf dat moment kon deze geen vin meer verroeren.

Stefanus liep door en even verder trof hij een goede bekende waarmee hij een praatje maakte.
Hij vertelde de man wat hem overkomen was en zei tegen hem:
Vertel hem dat hij in mijn naam weer verder mag, maar dat hij zulke streken in de toekomst laten moet.
Zo gebeurde het, de rover had zijn lesje geleerd en ging er als een haas vandoor.

Een andere keer had een boer zijn knecht gestuurd met paard en wagen om Stefanus op te halen om naar een zieke koe te kijken.
Stefanus beloofde te komen, maar hij ging niet met de knecht terug, hij ging iets later op eigen gelegenheid.

De kecht nam de snelste weg terug en bij de boer gekomen zei hij dat Stefanus onderweg was.
Toen bleek dat hij er lang geweest was en de koe was ook al genezen.
De boer en de knecht snapten er niets van hoe dit mogelijk was, totdat de knecht zich herinnerde dat hij onderweg ingehaald was door een zwarte kat.
Men vermoedde toch al dat hij heksen kon, dus dit verklaarde alles.