Aan de Kapelweg, daar waar nu de manege Sylawald staat, lag vroeger het vogel- en dierenpark Tropisch Oosten. Van 1952 tot 1981 runde Joop Buiting er zijn dierentuin. Tropisch Oosten was een begrip in de Achterhoek.
Veel Achterhoekers van 35 jaar en ouder zullen zich de dierentuin nog herinneren: de jongeren denken misschien meer aan de speeltuin. Je kon het niet vergelijken met een grote dierentuin zoals in Arnhem en Rhenen. Maar het was wel een gezellige attractie met een restaurant erbij.

Ik ben zelf vroeger hier vaak met mijn vader en moeder geweest en ik weet nog goed welke indruk sommige dieren op mij maakten.Met name de twee beren en het stekelvarken kan ik me nog goed herinneren, maar ook een blauw gele ara die in het plat "goa weg" riep wanneer je te dicht bij hem in de buurt kwam!


En vergeet niet een kaartje naar huis te sturen.......

Hoe is het bedrijf ontstaan? In een krant van 23 maart 1988 vertelt Buiting het volgende: “We hielden in zaal Mijnen regelmatig een vogeltentoonstelling. Deze trokken zoveel belangstelling dat we mede door de beperkte ruimte naar iets anders uitkeken. Nu heb ik altijd op de Kapelweg gewoond. Een landelijke weg, waar iedere boerderij of ieder huis veel ruimte om zich heen heeft.

In mijn tuin werden toen de eerste permanente volières gebouwd. Samen met drie collega’s hebben we het toen Tropisch Oosten gedoopt. De zaak werd ook uitgebreid. Meer vogels, ook de bijzondere soorten , maar ook de grote struisvogels.

Nog eerder dan Burgers Dierenpark hadden wij hier zelfgefokte struisvogels Ook hadden we ezels, paarden, herten, bokken, vossen, apen en marmotten. Tevens werd de speeltuin uitgebreid. Het hele gezin en liefhebbers uit de omgeving hielpen mee.”

“Mijn taak was de verzorging van het beestenspul en het onderhoud van hun verblijven. Denk niet dat dat een makkie was. Het was dag en nacht werken. Een veelomvattende taak. Dat nam zoveel tijd in beslag, dat ik een voor die tijd zeer modern besluit nam. Ik werkte toen op de Boterfabriek in Silvolde en ben voor halve dagen gaan werken. De rest van de tijd was ik in het dierenpark.”

Op de vraag waarom hij ermee gestopt is antwoord hij: “heel eenvoudig, te weinig inkomsten. En tegen de dieren kun je niet zeggen dat ze maar een paar dagen niet moeten eten omdat er geen geld is.”De vogels zijn verhuisd naar "Gouden handen" in s'Heerenberg,dat helaas ook al niet meer bestaat.



Nog één keer naar de dierentuin?





Bron: De Gelderlander van 23 maart 1988.