Zoals bekend zijn en waren er vele weerwolven in de Achterhoek.
Ook in de bossen bij Gendringen was er een.

Een meisje uit Voorst was samen met haar vrijer naar een bruiloft in Gendringen geweest.
Het was al later geworden dan ze gedacht hadden en daarom gingen ze dwars door het bos richting haar huis.
De vriend moest door zijn drankgebruik even uit de broek en het meisje liep iets door.
Hij lachte om haar angst voor weerwolven, maar het meisje meende iets te horen en begon te rennen.
Na enige tijd keek ze om en achter haar zag ze twee woeste ogen oplichten in het donker, de weerwolf zat haar achterna.

Gelukkig zag ze haar huis opdoemen en ze kon de deur losrukken en naar binnen gaan.
De wolf had haar nog net te pakken en zette de tanden in haar rode jurk, die scheurde.
Ze sloot de deur en dacht vertwijfeld aan haar vriend die nog buiten was, hoe zou het met hem aflopen?

Enige tijd later kwam deze rustig aanlopen alsof er niets gebeurd was en toen ze hem het verhaal vertelde moest hij luid lachen.
Tussen zijn tanden zag ze draadjes hangen die van haar jurk kwamen en toen wist ze hoe de vork in de steel zat!
Vanaf dat moment was de liefde wel over!