De Venemansmolen of de Oude.

De Venemansmolen bij Winterswijk. Op een kaart uit 1684 staat er op deze plek al een molen getekend, dit was toen een standerdmolen.
In 1827 kocht Jan Derk Venemans de resten van de afgebrande Walyense koren en olymolen, die toen op die plaats stond.
Ook kocht hij de grond en de huizen die erbij hoorden.
Hij moest er 740 gulden voor betalen.
Hij kreeg het recht om de molen weer op te bouwen en deed dat ook meteen, de nieuwbouw kostte minder dan 2000 gulden.

In juli 1883 wordt de molen door de bliksem getroffen en brandt dan volledig af.
Uit bewaard gebleven tekeningen blijkt dat deze molen erg veel leek op de nu nog bestaande molen bij Harreveld.

In 1898 wordt er dan een nieuwe molen neergezet, deze wordt gekocht in de Zaan en hier weer opgebouwd.
Deze doet dienst tot 1928, door een fout in de wieken kon deze molen niet voldoende produceren.
De wieken werden verwijderd in 1931 en de molen deed lange tijd dienst als opslagruimte.

Pas in 1991 wordt er werk van gemaakt om de molen weer in oude luister te herstellen.
Op de foto zie je de molen vóór de restauratie.
Hiermee wordt begonnen in september 1994 en in 1997 was dit karwei gedaan.
De opening werd door prins Claus gedaan op 23 september 1997.














De Waltak of Deunkmolen

De Waltak of Deunkmolen in de Brinkheurne. Op 18 februari 1851 kregen Berend Vriezen en zijn vrouw Berendina Johanna Boeijink toestemming om een koren windmolen te bouwen op het stuk grond dat bekend stond als de Waltakskamp.
Dit is aan de huidige Deunkmolenweg.
Het werd een achtkantige beltmolen.

Volgens een krantebericht uit 1906, is de eigenaar dan G.J.Streek, hij verkoopt de molen in 1917 aan de brandstoffenhandelaar R.P.Krol.
Wanneer deze twee jaar later overlijdt wordt de molen weer verkocht aan J.W. ten Dolle.

In maart 1925 brak er na een storm plotseling één van de wieken af, gelukkig gebeurde er geen persoonlijke ongelukken, de molen kon nu slechts op halve kracht draaien.
De laatste eigenaar is Hendrik Jan te Selle.
Of de molen nog weer gerepareerd werd weet ik niet, maar in juli 1930 wordt in de krant gemeld dat de Deunkmolen gesloopt wordt.

In de schuur achter de nog bestaande molenaarswoning zie je de originele balken die bij de sloop van de molen vrijkwamen.
Ook de plek waar de molen stond, rechtsachter de woning, is nog vaag te zien als een verhoging.
In de tuin liggen nog gedeeltes van de molenstenen.
















De Hazenveldse molen in Meddo.

De Hazenveldsche molen in Meddo. Deze molen die hier tegenover de (thans) Hazeveldseweg stond was van een type dat in de Achterhoek niet vaak voorkwam, een zogenaamde standaardmolen.
Het zou kunnen zijn dat deze molen uit de zeventiende eeuw stamde, sommige bronnen spreken over 1801.
De eerst bekende eigenaar was Roerdink, die de molen in 1844 van de hand deed.
Dit soort molens kan in zijn geheel gedraaid worden.
In oktober 1888 vermeldt de krant:

Heden namiddag had bij den Molenaar Huijtink een ongeluk plaats.
Een boerenknecht die met paard en beladen wagen naar den molen reed, en door het achteruitzetten van den wagen te dicht bij den molen kwam, ontving van een der wieken een slag, zoodat hij aan het hoofd erg gekwetst werd.
Het paard ontving mede een slag tegen den kop en stortte bloedend neder, terwijl wagen en wieken beschadigd werden.


In 1924 wil de eigenaar de molen opruimen om er vervolgens een motormalerij van te maken.
Er wordt in de raad nog wel over gepraat om de molen te redden, maar niet iedereen wil er voor betalen.
De molen wordt gekocht door de vereniging tot behoud van natuurmonumenten.

De molen blijft nog wel bestaan, maar voor de produktie wordt nu een verbrandingsmotor gebruikt.
Begin maart 1933 wordt kort na het opstarten van deze motor een brand ontdekt.
Om te blussen is het dan al veel te laat, de molen brandt tot de grond toe af.
















De Sellinkmolen of Nieuwe molen in Meddo.

De molen van Sellink in Meddo. Op 6 mei 1873 kwam er bericht van Gedeputeerde Staten van Gelderland naar de gemeente Winterswijk dat er toestemming werd gegeven aan H. Goossens en enige andere landbouwers te Meddo om een wind korenmolen te bouwen.
Op het adres, wat nu Geldereschweg 3 is, werd een stenen beltmolen neergezet.
De Winterswijkse aannemer ten Broeke en de molenbouwer Maas deden dit karwei.

Jan Hendrik Sellink werd in 1900 de molenaar, hij had het vak geleerd op de Meenkmolen in Miste.
De molen is nog steeds in het bezit van deze familie.
In 1933 wordt de molen langzamerhand onttakeld, eerst de wieken en later ook de kap.
De restanten van de molen staan er nu nog tussen de silo's.
















De Bataaf.

De Bataaf bij Winterswijk. Op 28 augustus 1800 komen verscheidene mensen bijeen na een oproep van de hervormde kerk.
Men wilde een windmolen bouwen om met de opbrengst hiervan de predikanten te kunnen betalen.
De dominee had hier wel oren na en met het werk werd reeds op 27 september begonnen. De molen werd gebouwd voor een bedrag van 3.255 gulden, op 2 juni 1801 was de opening en werd het eerste graan gemalen.

In 1810 werd er nog een nieuwe as ingebouwd omdat de oude in slechte staat bleek.
In 1859 wordt de familie te Lintum de eigenaar van de molen, en dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven.
In 1937 kwamen er nog nieuwe moderne wieken op van het systeem Decker.

Tot 1958 heeft de molen gedraaid, maar in 1963 werden de wieken, de as en het grootste deel van het binnenwerk gesloopt.
De Bataaf werd langzamerhand geheel door silo's ingesloten.
In 2001 werd er een stichting in het leven geroepen die zich ten doel stelde de molen weer in oude luister te herstellen.
Het begin is al gemaakt.



Lees hier alles over de Bataaf.
















De Vrees

De Vrees aan de Walienseweg. Molen de Vrees stond aan de Walienseweg en was een achtkantige beltmolen.
De molen is in de negentiende eeuw opgericht door scholtenboeren.
In oktober 1878 vermeldt H.J. Maas in de krant dat hij per 1 november weer begint te malen.

In augustus 1986 slaat de bliksem in de molen en wordt de molen zwaar beschadigd.
De kap is vernield en één van de wieken wordt geheel gespleten.
Verder is er natuurlijk brandschade, gelukkig was Maas verzekerd, zodat hij niet voor de enige honderden guldens kostende reparatie hoefde op te draaien.
De krant vermeldt verder:

Zooals men zich herinneren zal, werd de vroegere Vreesmolen een tiental jaren geleden door gelijke oorzaak geheel door brand vernield.

In het voorjaar van 1921 staat de molen te koop en wil Maas er een koren- olie- en houtzaagmolen oprichten die op stoom werkt.
Op 29 april van dat jaar draait de molen voor het laatst.
De molen zelf blijft staan, als in 1938 wederom de bliksem inslaat worden de wieken verwijderd.
De romp blijft in redelijke vorm bestaan door het onderhoud van Maas en in 1976 wordt er gesproken over restauratie van de Vrees.

Hoewel er plannen zijn om de molen onder andere naar Doetinchem te verhuizen, blijft het erbij.
Ook Erve Kots meldt zich nog voor de molen, maar het gaat niet door.
In augustus 1992 wordt de molen gesloopt om plaats te maken voor woningbouw, de molen onderdelen gaan naar Kootwijkerbroek.
















De Meenkmolen.

De Meenkmolen in Miste. De meenkmolen is een achtkantige beltmolen die hier in 1851 werd geplaatst.
De eerste molenaar was H.J. Tenkink die op de boerderij Meenk woonde, het werd dus de Meenkmolen.
Augustus 1917 wordt de molen overgedaan aan G.Rosen die ook op Meenk woont.

Bij het 100 jarig bestaan van de molen is Woordes eigenaar van de molen.
Dit bestaan wordt gevierd met een serenade van Excelsior uit Bredevoort en zangvereninging Juliana uit Miste.
Strijkje Lengwenus zorgde voor muziek en Jan oet et Misterse Goor zorgde voor de conferences.

In 1961 wordt de molen gerestaureerd.
In de loop van de zeventiger jaren is er weer een restauratie nodig, provincie, gemeente Winterswijk en de eigenaar zorgen voor het benodigde geld.
In 1987 wordt begonnen met het herstel, begin 1989 is het werk gedaan.
De Meenkmolen was de eerste windmolen in Winterswijk die geheel gerestaureerd werd.
















De Sevinkmolen te Meddo.

De Sevinkmolen in Meddo. De Sevinkmolen is een ronde stenen beltmolen, die in 1869 gebouwd werd.
De eerste eigenaar was G.W. te Voortwies.

Al in 1916 was de molen in dusdanige staat, dat de produktie werd stilgezet.
J.W. Helder kocht en restaureerde de molen, tot 1927 was de molen in bedrijf.
In dat jaar waaiden tijdens een hevige storm de wieken eraf.

Enige jaren jaren volgden de staart en een deel van het binnenwerk.
Doormiddel van een dieselmotor werd de produktie tot in 1964 voortgezet.

Midden tachtiger jaren werd er een restaurant geopend in de molen.
In 1992 wordt de molen op de rijksmonumentenlijst geplaatst en kon men met de restauratie beginnen.
Zes jaar later was de molen weer geheel in zijn oude luister hersteld.
















De Hoop.

De Hoop in Winterswijk. De Hoop was een ronde stenen beltmolen.
In 1855 is Geelink de molenaar.
In januari 1914 wordt de molen geveild in het bekende cafe "Boer Balink", de nieuwe eigenaar is dan L.Schwarz.
Hij laat de molen onmiddelijk slopen.
De krant meldt in april van dat jaar:

"De Hoop"is verdwenen of liever zij staat op het punt van verdwijning.
Wie weet hoeveel jaren ze daar stond als bewijs van het echt, karakteristiek Hollandsche ook hier te vinden en als blijde uitkomst van zoovelen landbouwers en dorpers,die hun graan daar lieten malen. De opmerking werd ons meermalen gemaakt, dat midden in het dorp nog een molen aagetroffen werd.
Voor jaren terug, lag ook de Hoopmolen buiten het dorp.
De bebouwde kom heeft zich ondertusschen uitgebreid en daardoor leek de molen menigeen misplaatst.
En thans.... men is bezig de molen te sloopen, zoodat een antiek Winterswijksch stukje weldra tot het verledene zal behooren.
Moge de molen evenwel den weg van al het aardsche opgegaan zijn, de naam "Molenpad" zal echter tot in eeuwige dage blijven heriineren aan de plek waar eens "De Hoop" molen gestaan heeft.

















Fortuna.

De Fortuna in Winterswijk. In 1905 kocht Heusinkveld deze molen die oorspronkelijk in Grijpskerk stond en ongeveer een eeuw oud was.
Molenmaker Gijsbers uit Winterswijk bouwde de molen weer op.
De wieken werden niet van zeilen voorzien, maar van jalouzieen, hierdoor zou de molen beter te hanteren zijn.
Het was een achtkantige stellingmolen.

Uit kranteberichten blijkt dat er nogal vaak ongelukken op deze molen gebeurden.
Februari 1919 brak er brand uit in de molen, de brandweer kon pas na een uur hulp bieden, maar toen was het te laat.
De molen was verloren en werd niet meer opgebouwd.

Motoren namen de windkracht over.
In 1923 wordt de molen publiekelijk verkocht, het onderstuk bleef in gebruik tot 1961, toen werd het gesloopt.
















De Klompsmolen.

De Klompsmolen aan de Groenloseweg. De Klompsmolen was een achtkantige stellingmolen aan de Groenloseweg.
In 1901 werd deze molen gebouwd, maar reeds een jaar later brak er een fatale brand uit.
De krant meldt op 21 augustus 1902:

Hedenvoormiddag is in de stoom-houtzagerij van G.J Klomps brand uitgebroken, die door den fellen wind op dat oogenblik een ernstig aanzien had.
De fabriek is verbrand.
Gelukkig heeft men bijtijds ontdekt, dat ook de "Witstoom"van de firma Willink en Co. een oogenblik gevaar liep, daar een weinig vuur (vonken) in vogelnesten op het dak een begin van brand deden ontstaan.
Bijtijds werd dit gebluscht.
De oorzaak van den brand schijnt te vinden in eene poging door den eigenaar ingesteld om, bij een petroleumlicht, ergens een te wijden drijfriem te herstellen.
Gelukkig, waar het vuur zich zeer snel verbreidde, is de ketel niet gesprongen.
De brandweer was spoedig ter plaatse en vervulde, als gewoonlijk, haar plicht met succes.
De fabriek was, naar wij vernemen, verzekerd.

De resten werden afgebroken om op het Weurden weer een nieuwe molen te bouwen.
Dit ging niet door, korte tijd daarna wordt de Klompsmolen verkocht om in Lichtenvoorde als "Boschmolen" aan de Zieuwentseweg weer opgebouwd te worden.
















Molen van Helder in Henxel.

De Molen van Helder. Aan de Ratumseweg, ongeveer waar de Rotweg hier uitkomt, stond een stenderkast.
Rechts naast het woonhuis van de maalderij kun je nog iets een verhoging zien.
Precies op deze plek stond de molen.
.
De molen kwam uit Lichtenvoorde en stond daar bekend als "de Oude Molen".
In de krant van 14-01-1914 staat:

Heden (Vrijdag)morgen om 10 uur is de groote boerderij Van Roerdinkholder, die voor eenige jaren na een brand weer opnieuw opgebouwd was, door onbekende oorzaak een prooi der vlammen geworden.
De groote veestapel en het grootste deel van den inboedel wist men te redden, overigens brandde alles tot den grond af.
De molen bleef gespaard.
De boerderij was juist onlangs ook aan Helder verkocht en zou met Aug. a.s. geleverd worden.

In juli 1920 is de molen gesloopt en worden de balken, ribben en stenen publiekelijk verkocht.
In de tuin van de woning ligt nog een molensteen uit deze molen.
















De Kievit of Mölle van Frans in Kotten.

De Kievit in Kotten. De Kievit was een achtkantige beltmolen.
In 1886 staat er een advertentie in de krant waarin de molen te koop aangeboden wordt.

Veilen en finaal verkoopen:
Een korenmolen met molenaarshuis en daarom liggenden grond, gelegen in Kotten onder Winterswijk, van G. te Brummelstroete.

Kennelijk is de nieuwe eigenaar F. te Brummelstroete, want in juli 1927 wordt de dan al gesloopte molen in onderdelen door hem verkocht.
De maalderij gaat door als stoomhoutzagerij en wordt in 1938 aan G.W. Leemkuil verkocht.
In 1966 koopt rijkswaterstaat de molen, deze wordt dan opgeruimd om de uitmonding van de Bekeringstegge op de Kottenseweg te verbeteren.
















De Nieuwe Molen in het Woold.

De Nieuwe molen in het Woold. Op de plek waar nu de parkeerplaats voor de watermolen Berenschot is, heeft een windmolen gestaan.
Nog vóór 1800 wil Harmen Jan Tenkink hier al een windmolen oprichten.
Daar wordt door andere molenaars bezwaar tegen aangetekend.

September 1800 wil Jan Roerdink ook hier een molen plaatsen, hij is dan al de eigenaar van de watermolen.
Bij lage waterstand kan hij niet malen, hij hoopt op deze manier zijn klanten te behouden, die onder andere naar Duitsland gingen om "hun koorn te moeten laaten breeken".
Blijkbaar krijgt hij ook geen toestemming want pas in 1862 wordt er een vergunning gegeven voor de nieuwe molen in het Woold.
De bouw moest klaar zijn vóór 1864, anders verliep de vergunning.

Lang liep de molen niet, misschien was de ligging niet erg gunstig.
Reeds in 1896 werd de molen gesloopt.
Op een prentbriefkaart uit die tijd is slechts de onderbouw van de molen nog te zien.
In 1998 werd er nog een steen gevonden waarin de voorletters van het echtpaar Roerdink- te Strake gegraveerd stonden.
















Een rosmolen.

Een rosmolen is een type molen die in plaats van wind of water door een trekdier aangedreven werd.
Hiervoor werden dus meestal paarden gebruikt.
Deze dieren liepen vastgemaakt aan een boom rondom het kamrad.
De langzaam draaiende beweging van dit rad werd overgebracht op een veel kleiner rad, zodat de snelheid veel hoger werd.
Door dit rad werd de maalinrichting in werking gezet.

Rosmolens werden gebruikt om zelf thuis te malen, er was ook niet zo'n speciale kennis voor nodig dan voor een windmolen.
Vroeger was dit soms een doorn in het oog van echte molenaars die hun rechten duur moesten betalen.
Voor de in hun ogen beunhazende rosmolens was dit niet van toepassing.

Kadasterkaart. Op een oude kadasterkaart vond ik bij toeval een vermelding van een "koornmolen".
Door de ze kaart te vergelijken met een hedendaagse kaart en enig zoek- en vraagwerk, bleek dat deze molen aan de Hijinkhoekweg stond.
Precies tegen over de aansluiting met de Rauwershofweg.
De huidige bewoners wisten niet van de geschiedenis van hun huis, maar een oudere buurtbewoner wist te vertellen dat zijn vader er nog gewerkt had.

Om een rosmolen in werking te zien kun je hier klikken, het is de rosmolen van Zeddam die geheel gerestaureerd is.
















De Plekenpolse molen.

De Plekenpolse watermolen. Voor zover bekend zijn er in de gemeente Winterswijk 4 watermolens geweest.
Hiervan is er nog één in werking, namelijk de Berenschotmolen in het Woold.

De oudst bekende is de Plekenpolse molen, in 1303 wordt deze al genoemd.
De havesaet Pleckenpol met de meul ende allen haren togehorigen stucken, in den ampt van Bredevort, in den kerspel van Winterswick gelegen.
Dit is wanneer Alexander van Creyter deze molen pacht.

Vervolgens wordt de familie Graes, die ook in Delden al een molen hadden, de pachter.
Dan gaat de molen over naar de familie van Eerde, deze blijven tot 1718 op de molen.
Aan het eind van de zeventiende eeuw wordt de molen geheel vernieuwd, maar de kosten zijn groter dan de opbrengsten.
De schulden stapelen zich op, er wordt steeds meer bijgeleend.
Een van de schuldeisers, M. Walijen, laat in 1718 alles in beslagnemen, om op deze manier nog iets van zijn uitgeleende fl. 2.000 terug te zien.

Wanneer Staring in 1844 de molen bezoekt is Roelofsz de eigenaar, het is dan kadastraal aangeslagen op fl. 50 per jaar.
Aan het eind van de negentiende eeuw heet de eigenaar Jan Helder, zijn naam bleef lang aan de molen verbonden, velen noemen de molen nog steeds "Den Helder".
Na zijn dood trouwt zijn weduwe met de molenaar van de Fortuna aan de Misterstraat.
In 1921 wordt alles verkocht aan Berenschot, die al eigenaar was van de iets stroomafwaarts liggende Nieuwe Molen.
Hij ging niet meer met deze molen aan het werk, maar had in feite een concurrent uitgeschakeld.

De molen werd een toeristiche trekpleister voor Winterswijk, velen hebben de ijssalon bezocht, of met de roeiboot over de Slinge gevaren.
Ook is het nog een tijdlang het zwembad van Winterswijk geweest.















De molen van Berenschot.

DeWatermolen van Berenschot in het Woold. In 1652 bouwde de Heer Adriaen van Eerde tot Pleckepoel deze molen.
De molen behoorde bij de havezathe Het Plekenpol.
Hij bouwde 2 molens: een korenmolen (nu de oude molen) en een oliemolen ( aan de andere kant van de beek) en een woonhuis voor de molenaar.

In 1718 kwam de molen in handen van Mathias Walyen.
Hij kreeg de molen als aflossing van een lening die de familie Van Eerde niet meer kon betalen.
In 1726 wordt de molen verkocht aan de Wooldse familie Roerdink.
Jan Roerdink betaalde er 336 gulden en 5 stuiver voor.
Een vierde gedeelte bleef echter van de familie Walyen.
Er worden meteen ook afspraken gemaakt dat deze molen en de stroomopwaarts gelegen molen elkaar niet dwars zouden zitten met het openen en sluiten van de schutten.

In 1749 is de staat van onderhoud erg slecht en besluit Jan Roerdink, de zoon, die dan de eigenaar is, de molen te herbouwen.
De molen kreeg in een nieuwe naam: “De Nieuwe Molen”.
Als het klaar is laten ze er een herinneringsteen in metselen, die nu nog te zien is.

In 1781 komt de molen geheel in het bezit van de Roerdinks,
voor een somma van drie duysend en vier hondert guldens.
Volgens het verslag van Staring in 1847 was het toen een dubbele molen:links de korenmolen uit 1749 met twee onderslagraderen en een kleiner bovenslagrad.
Rechts de oliemolen met een onderslagrad van 4,70 meter doorsnede.
De kadastrale waarde was fl. 1200 per jaar.

In 1863 laat Roerdink er nog een windmolen bijzetten, deze heeft het niet lang uitgehouden.
In 1911 waren er door huwelijken en verervingen bij de familie Roerdink 9 eigenaren van de molen.
Op 22 juli 1911 wordt de molen verkocht aan de familie G.W.Berenschot, de overgrootouders van de huidige bewoners.
Gerrit Willem Berenschot was handelaar in graan, stro, eieren, boter, enz.
Hij kocht de molen voor zijn zoon Derk Jan Berenschot.
De molen krijgt ook weer een andere naam n.l. ‘’Berenschot ’s watermolen”.

Tot 1960 is de watermolen in bedrijf geweest als veevoer maalderij.
Een grote overstroming van de Slinge vernielde op 5-12-1960 het waterrad.
De watermolen werd al niet veel meer gebruikt omdat al was overgegaan tot aanschaf van een hamermolen.

In 1964 werd door zijn dochter en schoonzoon, J.Buunk, die toen al de molenaar was op molen, een grote opslag graansilo gebouwd.
De laatste molenaar op Berenschot’s Watermolen was Willem Buunk, de achterkleinzoon van Gerrit Willem Berenschot.
Het ambachtelijk gedeelte van de molen wordt in 1984 gerestaureerd.
Het andere gedeelte van de watermolen, waar vroeger het graan en de meelzakken lagen opgestapeld, is in authentieke staat hersteld en is op 29 juni 1991 geopend als restaurant.















De molen bij Ravenhorst.

De restanten van de molen bij Ravenhorst. De havezathe Ravenhorst was het middeleeuwse stamhuis van de ridderfamilie Van Rhemen.
Rond 1500 brandde het volledig af tijdens één van vele oorlogen die toen gevoerd werden.
Links op het erf heeft een watermolen gestaan, die voor het eerst voorkomt op een kaart uit 1654 van de Graafschap Zutphen, gemaakt door Slichtenhorst.

In 1712 kocht scholte Jan Roerdink het geheel met de molen:
soodaene twee gerechte seste gedeelten van de Havesaete Dravenhorst met daar onder gehoorende en daartoe specterende landerien, bosch hoij en weijde gronden, bouwhoven, koorn watermeule en alle regten en gerechtigheden van dien.

In 1847 is de situatie door W.C.H. Staring onderzocht.
Hij beschreef de molen met een rad met een diameter van 4,4 meter en 42 schoepen.
de molen is dan eigendon van G. Bessinkpas en wordt kadastraal aangeslagen voor fl. 40 per jaar.
Zijn advies was om deze kleine molen niet meer te herstellen, maar om deze te slopen.
Misschien maakte hij daarom wel een schetsje van de molen, zodat we ongeveer kunnen zien hoe deze eruit zag.

De molen werd in 1870 afgebroken.
Tot in de jaren '20 van de 20e eeuw was er nog een stuw waarvan je nog gedeeltes op de foto ziet.
Momenteel is er niets meer over van de watermolen.















Nog een molen?

De watermolen. Wanneer je op de Brinkeweg richting Bekendelle gaat, kun je net vóór de spoorbaan linksaf.
Iets verder deze weg in, kom je over de Slinge.
Hier ongeveer, bij Erve Broekmolen, heeft waarschijnlijk een watermolen gestaan.
De naam Brocmolen wordt in 1338 al vermeld, als van een zekere Gertrude thon Lare
wordt geschreven dat ze woont, iuxta locum dictam Brocmolen in Winetrsvic.
Verder zijn hier geen gegevens over bekend.

Bron:
De molens van Winterswijk door Inge van de Graaf
Internet Molendatabase verdwenen molens
Molens Mulders Meesters.
Diverse gesprekken onderweg