Wolven in het Ruurlose broek.


Tussen Groenlo en Eibergen ligt een weg met de naam Wolvenkamerweg.
In de veertiende eeuw zouden hier twee hoeven gelegen hebben, Groot- en Klein Wolferink.
Nadat de pest een groot gedeelte van de bevolking gedood had namen wolven bezit van de boerderijen.

In een oorkonde uit 1610 staat te lezen dat de Heer Joost van Heeckeren zijn onderdanen bij trommelslag oproept om aan een wolvenjacht mee te doen.
Omdat de jagers hiervoor geen vergunning hadden aangevraagd bij de hogere autoriteiten werden ze gestraft met een geldboete.
Ook wilde de pandheer van Bredevoort, Dierik van Bronkhorst, een grote jacht te houden in het Broek en in het Zwarte veen om een eind te maken aan de wolvenplaag.

wolf Maar ook in het Zwilbroek heeft men last van deze dieren, voor het doden van een wolf worden grote beloningen uitgeloofd.
Eenieder die" een wulff con veraschen ende met een roer ofte sunst ume brengen", kreeg 15 gulden beloning.
En dat in een tijd dat het dagloon van een arbeider ongeveer 25 cent was!

Later werd dit bedrag zelfs nog verhoogd tot 25 gulden.
In 1687 wordt er in het graafschap Zutphen nog uitbetaald voor het doden van wolven.
Vooral in slechte tijden, zoals met oorlogen of in strenge winters kwamen de wolven weer opzetten.

Zoals in 1740.
De winter valt al vroeg in de herfst van 1739 en deze zal lang en streng worden.
In de Achterhoek heeft de bevolking veel last van hongerige wolven, die in deze winter een ware plaag zullen vormen in deze streken.

Maar zelfs in de negentiende eeuw zijn er nog wolven in het Broek, zo schrijft pastoor Augustinus te Welscher.
Hierbij moest het vee het vaak ontgelden.
Op een morgen werd er een os gevonden die met zijn kop een wolf tegen een boom had gedrukt.
De os was zwaar gewond, maar de wolf had het avontuur niet overleefd.

Pas toen koning Willem de Eerste in 1834 afstand deed van zijn vermeende landsheerlijke rechten, werd het Broek verdeeld.
Door de waterafvoer te regelen en door de opkomst van kunstmest werd het woeste gebied langzamerhand ontgonnen.


Bron:Lichtenvoorde 1000 jaar (1946)
Kroniek en volksmond van de Achterhoek,
Hendrik Odink 1976.